Ludwig van Beethoven. Symfonie nr. 1 in C, op. 21

30-10-2019

Vanwege tijdgebrek deze week een wat gemakzuchtige keuze met weinig toelichting. Na Beethoven’s 6e symfonie van vorige week deze week zijn 1e symfonie. Het is leuk om te vergelijken hoe Beethoven vanuit deze symfonie ontwikkeld is naar het niveau wat hij in zijn 6e symfonie had en waar zijn ontwikkeling culmineerde in zijn 9e symfonie, dat tot aan Mahler een nieuwe standaard zette voor symfonieën en soms een verlammende uitwerking had (zie mijn eerdere verhaal bij een werk van Brahms).

Hoewel deze 1e symfonie nog erg in de traditie van Haydn en Mozart is geschreven, was de eigenzinnigheid van Beethoven toch al wat te merken. Zo opent de symfonie (geschreven in C groot) niet zoals gebruikelijk in die tijd in die toonsoort, maar in de toonsoort F, waarna het naar de toonsoort C moduleert. Verder opent het vierde deel, een rondo, erg langzaam terwijl je daar een snelle opening zou verwachten.

Deze symfonie heb ik verschillende malen mogen uitvoeren in Venlo. Ik herinner me nog heel goed dat dit het eerste werk van Beethoven was waaraan ik meewerkte in Venlo. Toen we dit voor de eerste keer op een repetitie doorspeelden realiseerde ik me dat ik de noten speelde die mijn favoriete componist ooit zo had bedacht. Ik werd daar toen wel emotioneel van.

De uitvoering is door de Wiener Philharmoniker o.l.v. Herbert von Karajan.