Johannes Brahms. Pianoconcert nr 1 in d, op. 15

06-02-2019

Deze week een van de grote pianoconcerten die veel uitgevoerd worden, het 1e pianoconcert in d klein van Johannes Brahms (1833-1897). Brahms begon met het schrijven van dit werk in 1854, toen hij een idee kreeg om een pianosonate waar hij mee bezig was te orkestreren. Hij durfde pas in 1859 het werk te laten uitvoeren met hemzelf als solist. “Durfde”, want Brahms was erg onzeker over uitvoeren van orkestrale werken en met name symfonieën. De reden: Beethoven. Naar de mening van Brahms had Beethoven een niveau neergezet dat moeilijk te evenaren was, laat staan te overtreffen. Zo duurde het tot 1876 voor hij zijn 1e symfonie liet uitvoeren van de totaal 4 die hij heeft geschreven. Zijn vrees was overigens onterecht, want al toen hij 20 jaar was herkende en erkende Robert Schumann het grote talent van Brahms. Samen met Bach en Beethoven wordt Brahms ook wel geschaard bij “de 3 B’s”, drie grote componisten wiens achternaam met een B begint.

Het werk kent drie delen. Deel 1 begint majestueus met het orkest, waarna de piano zowel een rustig als een wervelend thema begint en uitwerkt. Deel 2 is een rustig adagio. Dat deel vind ik persoonlijk het allermooiste met mooie vraag-antwoord passages tussen orkest en solist. Het concert eindigt zoals gebruikelijk met een snel rondo, een refrein dat 3x terugkomt, afgewisseld met verschillende thema’s.

De uitvoering dateert vermoedelijk uit 1973. We zien en horen Artur Rubinstein (die toen 86 jaar was) als solist met het Concertgebouworkest onder leiding van een heel jonge Bernard Haitink. Het orkest kende toen nog niet het predicaat “Koninklijk”; dat werd pas in 1988 door Koningin Beatrix toegekend ter gelegenheid van hun 100-jarig bestaan. Diezelfde Haitink, inmiddels 89 jaar, heeft het KCO nog gedirigeerd in december 2018. Daar kondigde hij aan dat hij na de wereldtournee waar hij nu mee bezig is een sabbatical inlast!