Franz Schubert. Erlkönig, D. 328

07-07-2021

In 1782 schreef de Duitse dichter Johann Wolfgang von Goethe de ballade Der Erlkönig. Het vertelt het verhaal van een vader die met zijn zoon in de nacht te paard door een donker bos rijdt, op weg naar een onderkomen. De zoon is ziek en ijlt van de koorts. In zijn koortsdromen wordt hij belaagd door een elfenkoning die hem probeert mee te nemen. Afwisselend zijn een verteller, de vader, de zoon en de elfenkoning aan het woord. Het verhaal eindigt voorspelbaar droevig.

In 1815 zette de componist Franz Schubert (1797-1828) deze tekst op muziek voor een bariton, begeleid door piano. In dit werk, een van zijn bekendste liederen, toont hij zijn meesterschap als componist van liederen. De muziek neemt je helemaal mee in het verhaal en zelfs als je de tekst niet zou begrijpen voel je dat de sfeer onheilspellend is en dat het wel slecht moet aflopen.

Schubert was niet de eerste die de tekst op muziek wilde zetten. In 1797 was Beethoven hem voor, maar hij heeft het nooit voltooid. Na Schubert hebben meerdere componisten muziek bij de tekst gemaakt. Franz Liszt heeft de muziek van Schubert verwerkt in drie pianotranscripties.

De tekst van de ballade (een goede test of de lessen van Carel Kwant, Frans Wolken en/of Pater Wolfs zijn blijven hangen):

Wer reitet so spät durch Nacht und Wind?
Es ist der Vater mit seinem Kind;
Er hat den Knaben wohl in dem Arm,
Er faßt ihn sicher, er hält ihn warm.

“Mein Sohn, was birgst du so bang dein Gesicht?”
“Siehst, Vater, du den Erlkönig nicht?
Den Erlenkönig mit Kron und Schweif?”
“Mein Sohn, es ist ein Nebelstreif.”

“Du liebes Kind, komm’, geh’ mit mir!
Gar schöne Spiele spiel ich mit dir;
Manch bunte Blumen sind an dem Strand;
Meine Mutter hat manch gülden Gewand.”

“Mein Vater, mein Vater, und hörest du nicht,
Was Erlenkönig mir leise verspricht?”
“Sei ruhig, bleibe ruhig, mein Kind!
In dürren Blättern säuselt der Wind.”

“Willst, feiner Knabe, du mit mir geh’n?
Meine Töchter sollen dich warten schön;
Meine Töchter führen den nächtlichen Reihn
Und wiegen und tanzen und singen dich ein.”

“Mein Vater, mein Vater, und siehst du nicht dort
Erlkönigs Töchter am düstern Ort?”
“Mein Sohn, mein Sohn, ich seh’ es genau:
Es scheinen die alten Weiden so grau.”

“Ich liebe dich, mich reizt deine schöne Gestalt;
Und bist du nicht willig, so brauch’ ich Gewalt.”
“Mein Vater, mein Vater, jetzt faßt er mich an!
Erlkönig hat mir ein Leids getan!”

Dem Vater grauset’s, er reitet geschwind,
Er hält in Armen das ächzende Kind,
Erreicht den Hof mit Mühe und Not;
In seinen Armen das Kind war tot.

Ik heb gekozen voor de vertolking door de bariton Dietrich Fischer-Dieskau. De begeleidende pianist is onbekend.