Antonin Dvořák. Humoresque

19-08-2020

Het allereerste klassieke werk waar ik mee kennismaakte was Humoresque van Antonin Dvořák (1841-1904). Meer precies: Humoresque nummer 7 (van de 8 delen die dit werk onder opus 101 kent). Dvořák schreef de afzonderlijke delen in 1894 voor piano, mede gebaseerd op notities die hij had gemaakt bij eerdere werken. Met name door de populariteit van nr. 7 heeft de uitgever hiervan arrangementen gemaakt voor verschillende instrumenten en ensembles en zelfs ook voor koor.

Misschien herinneren jullie je nog een single die pa en ma thuis hadden. Op één kant was Toon Hermans met het nummer De slinger van de koffergrammofoon en op de andere kant stond “De pattefoon” van Wim Kan. Dat laatste was een sketch waarin Wim Kan reclame maakte voor klassieke muziek. Als onderdeel van die sketch liet hij Humoresque nr. 7 horen in een arrangement voor viool en piano (de viool gespeeld door “Kenneth Johnson, dat zal wel een kennis van Johnson zijn. Tussen haakjes dat Violin, dat zal zijn vrouw wel zijn”). Hij noemde het werk trouwens “Souvenir Humoresque” (in zijn woorden “Souvenir is het Franse woord voor onderkomen. Sous is onder en venir is komen. Een humoristisch onderkomen dat is het eigenlijk, een soort gelagkamer met een jukebox”).

De single was een zgn. premieplaatje uit 1961. Dat was indertijd een initiatief van de Commissie Collectieve Grammofoonplaten Campagne (CCGC), de partij die in 1960 begon met een jaarlijkse traditie van uitreiken van Edisons. Ik heb weinig achtergronden kunnen vinden van het premieplaatje, maar ik vermoed dat dat vergelijkbaar is met wat het boekenweekgeschenk is voor de boekuitgeverijen. Wim Kan omschreef in zijn sketch dit plaatje als “Aan de ene kant staat dit, aan de andere kant staat Toon Hermans en op de rand staat Wim Sonneveld. Net als bij de gulden, maar met andere tekst.”

Ik heb gekozen voor een arrangement voor viool en orkest. Solist is onbekend, het orkest is het Budapest Symphony Orchestra.

Bij alle Humoresques, in de versie voor solo piano, is de solist Radoslav Kvapil.

Het Premieplaatje heb ik ook toegevoegd.