17-06-2020
Deze en volgende week blijf ik nog even in Russische sferen, beide malen met een werk van de Russische componist Pyotr Ilyich Tchaikovsky (1840-1893). In september vorig jaar presenteerde ik zijn 6e symfonie en daar kon je al lezen dat hij zich onder zware druk voelde vanwege zijn homoseksuele gevoelens. Daarvan is weinig te merken in het werk van deze week, zijn Capriccio Italien. Hij componeerde deze fantasie voor orkest in 1880 tijdens een verblijf in Rome met zijn broer. Hij wilde daar zijn gedachten afleiden na de scheiding van zijn vrouw. Zijn inspiratie voor dit werk haalde hij uit Italiaanse volksmuziek die hij daar hoorde. Het werk begint met een signaal van de bugel. Zijn hotel lag in de buurt van barakken waar carabinieri gehuisvest waren en ieder dag werd dat signaal gespeeld. Het eerste thema dat wordt uitgewerkt heeft voor mij veel overeenkomsten qua sfeer met werken van Verdi. Dat eerste thema gaat over in een tweede thema, een mars, waarin je ongetwijfeld een Deutsche Schlager zult herkennen. Het stuk gaat dan over in een snelle tarantella (een dans) en keert af en toe ook weer terug naar de schlager.
Ik heb gekozen voor een uitvoering door de Berliner Philharmoniker o.l.v. Herbert von Karajan.