Ludwig van Beethoven. Symfonie nr. 7 in A, op. 92

13-05-2020

Deze week keer ik weer terug naar mijn favoriete componist Beethoven (1770-1827) en wel met zijn 7e symfonie. Deze symfonie ging in 1813 in première in Wenen met Beethoven als dirigent. Het werk kreeg een geweldige ontvangst; het tweede deel kreeg zoveel applaus dat het zelfs herhaald moest worden. Je ziet hier ook een verschil met de huidige praktijk bij concerten waar eerst het hele werk wordt gespeeld voordat applaus klinkt. Hoogstens kan het publiek tussen de delen even hoesten, neus snuiten of een pepermuntje eten.

Ik heb dit werk twee jaar geleden uitgevoerd met het Venloos Symfonieorkest en ik beschouw het als een van de hoogtepunten die ik heb mogen meemaken met dat orkest. Sowieso is het voor een amateurorkest een lastig werk, maar met vele repetities slaagden we erin een mooie uitvoering neer te zetten. Ik herinner me nog dat ik tijdens de uitvoering (ergens in deel 1) bijna zat te huilen van emotie om dat werk te mogen spelen.

De symfonie heeft ook wel de bijnaam “symfonie van de dans” en dat komt met name tot uitdrukking in het laatste snelle deel. Overall heeft de symfonie een hele blijmoedige uitstraling en bevat het ook veel Beethoviaanse kenmerken. Dat begint al met deel 1, waar een lange langzame inleiding voert tot het neerzetten van het motief door afwisselend strijkers en blazers. Dat motief klinkt bedrieglijk eenvoudig:

 

 

maar moet vervolgens door alle instrumentgroepen het resterende eerste deel worden vastgehouden. Het tweede langzame deel start met het neerzetten van het thema vanuit de lage strijkers, in langzame crescendo overgenomen door steeds meer instrumentgroepen. In een trio spelen de houtblazers een tegenmelodie (met ook een dankbare rol voor de fagot), waarna weer wordt teruggekeerd naar het thema waarmee dit deel startte. Deel 3 is een snel deel, met een iets minder snel tweede lieflijker thema wat als een contrast wordt neergezet en daarmee van deel 3 een heel mooi geheel maakt. Deel 4 tenslotte raast van het begin af door alle instrumentgroepen en bevat teveel om op te noemen. Zowel de muzikant als de toehoorder krijgen geen moment rust tot het einde toe.

Uit de vele beschikbare opnamen heb ik gekozen voor de uitvoering door het Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Iván Fischer. Veel luisterplezier.