Ludwig van Beethoven. Twaalf Duitse dansen, WoO 8

22-06-2022

De Duitse componist Ludwig van Beethoven (1770-1827) heeft veel van zijn werken zelf een opusnummer gegeven, beginnend met opus 1 (uiteraard zou je zeggen, maar sommige informatici zouden met opus 0 zijn begonnen) (drie pianotrio’s uit 1795) en eindigend met opus 138 (Leonore, een vroegere versie van de opera Fidelio, uit 1807). Uit dat laatste blijkt ook dat de nummering niet helemaal chronologisch is. Zo dateert zijn vroegste werk met opusnummer uit 1794: opus 3, een strijktrio. Maar na zijn dood zijn veel meer werken gevonden die geen opusnummer van hem hadden gekregen. Kinsky publiceerde in 1955 een catalogus van die werken en nummerde die vanaf en met 1, met voorvoegsel WoO (Werk ohne Opuszahl; laat ik lekker onvertaald want de lessen van Wolken, Kwant of Patzer Wulfs moeten voldoende zijn geweest voor jullie om dit te kunnen vertalen). Die catalogus bevat instrumentale werken (WoO 1-86) en zangwerken (WoO 87-205). Daarnaast bestaan er nog diverse andere indelingen van vooral niet voltooide werken of bewerkingen van werken met opusnummer of van een WoO-werk.

Deze week heb ik gekozen voor de twaalf Duitse dansen voor orkest, WoO 8. Dit werk is in 1795 geschreven. Een vroege Beethoven dus. Ik heb verder weinig kunnen vinden over aanleiding voor het schrijven van dit werk. Het heeft nog niet de typische Beethoven kenmerken zoals veel spelen met luide en zachte passages. De afloop van de 12e dans, een coda, kent een hoofdrol voor een (in die tijd ventielloze) trompet. Een uitdagende passage voor de trompettist.

Het werk wordt uitgevoerd door de Academy of Saint Martin-in-the-fields o.l.v. Neville Marriner.