02-03-2022
Zowel de 3e symfonie (Eroica) als de 5e symfonie van Ludwig van Beethoven (1770-1827) waren in hun tijd baanbrekend door zowel de lengte ervan als de dynamiek, de gevoelens van Beethoven weerspiegelend. Daartussen zijn 4e symfonie die, vergeleken met de beide aangrenzende symfonieën, een oase van rust lijkt. “Lijkt”, want ook in deze wat minder bekende symfonie is genoeg te genieten. De componist Robert Schumann betitelde deze symfonie later als “een slanke Griekse maagd tussen twee Noorse Goden”. Beethoven schreef dit werk in 1806, in opdracht van Graaf Franz von Oppersdorff.
Het werk kent traditioneel vier delen. Na een langzame inleiding is het eerste deel in sonatevorm geschreven. Deel 2 is een rustig adagio. Het derde deel een scherzo, met een langzamer trio, ook volgens het klassieke Beethoven boekje. Het afsluitende snelle deel is weer in sonatevorm geschreven. Voor de fagot bevat dit deel nog een aangename verrassing met een supersnelle riedel naar het einde toe. Gelukkig wel in Bes, een toonsoort die goed past voor een fagot.
Het werk wordt uitgevoerd door het hr-Sinfonieorchester o.l.v. Andrés Orozco-Estrada