26-09-2018
De zaagplaat voor deze week is het celloconcert van Antonin Dvořák, in b klein, opus 104. Dvořák schreef dit wonderschone concert in 1894-1895 toen hij in New York werkte en woonde. In die periode ontstond ook zijn bekendste werk, de symfonie no. 9, bijgenaamd “Uit de nieuwe wereld”. Bij klassieke muziek zijn het soms ook de verhalen die tot het ontstaan van een stuk hebben geleid die een betekenis aan een werk kunnen geven. Bij dit celloconcert is er zo’n verhaal voor het einde van het concert. Je merkt daar ineens een verandering van sfeer (van vrolijk naar een beetje droevig), ongeveer 20 maten voordat het concert eindigt met een slotaccoord. Het verhaal daarachter is dat, toen Dvořák bijna klaar was met dit concert, er bericht kwam dat zijn schoonzus was overleden. Dvořák was erg verliefd op die schoonzus (misschien wel nog meer dan op zijn vrouw) en was door dat bericht zo aangeslagen dat hij dit slot, met een hele andere sfeer dan de rest van het derde deel van het concert, er alsnog aanschreef. Kom daar vandaag nog maar eens om!
Op de opname uit 1971 is Jacqueline du Pré de soloiste, met haar man Daniel Barenboim als dirigent. Twee jaar later (ze was toen 28 jaar) werd bij haar de ziekte MS vastgesteld. Ze overleed in 1987. Veel luisterplezier.