Zowel op cursusgebied als op tentamengebied is de afgelopen week nieuws te melden voor OpenER. Vorige week leverde Lizet Duyvendak het bronmateriaal aan voor de cursus Literair lezen. In het paasweekeinde is gewerkt aan conversie ervan voor de OpenER-site. Publicatie zal einde deze week en anders komende week gebeuren (na finale goedkeuring van Lizet). Ook staat de cursus Human Information Processing op het punt van aanlevering. Deze cursus is een compleet webgebaseerde cursus waarin allerlei materiaal van de kersverse hoogleraar bij Informatica, Gerrit van der Veer, is verwerkt. Het zal de eerste engelstalige cursus zijn bij OpenER.
En zojuist kreeg ik van William van Zanten de thema’s aangeleverd voor de essays waarmee belangstellenden de cursus Groepsbesluitvorming op OpenER formeel kunnen afsluiten. Zodra de site gemigreerd is naar een nieuwe versie van eduCommons (het systeem achter de OpenER-site) kan e.e.a. online.
Kortom: de komst van de lente heeft niet geleid tot een voorjaarsmoeheid, maar juist nieuwe energie voor vele betrokkenen.
Category Archives: Open Educational Resources
Houston, de eerste dag
Voordat hier het programma van de tweede dag begint heb ik even de tijd te reflecteren op de eerste dag. In de ochtend werd gerapporteerd over een onderzoek naar de stand van zaken in de door de Hewlett Foundation gefinancierde projecten. Ook werd gekeken naar hoe verder te gaan. De komende jaren zal meer worden gedaan aan het met open materiaal ondersteunen van diverse opvattingen over leren. Het OPLI (Open Participatory Learning Infrastructure, wat ik gisteren al meldde) is een onderdeel van waar diverse deelnemers aan willen gaan werken. Maar ook zaken als gaming (waarover gisteren een lezing werd gegeven die mij qua inhoud wat tegenviel) en uitlevering op mobiele telefoons waren gespreksonderwerpen. Voor dat laatste werd een pleidooi gehouden door mensen die bezig zijn met gebruik van open content in niet-Westerse landen. De penetratiegraad van mobiele telefoons in landen als China, India en Zuid-Afrika is verrassend hoog, zeker in vergelijking tot beschikbaarheid van breedband internet en pc’s.
In de wandelgangen heb ik veel ideeën opgedaan over mogelijkheden voor het sustainable maken van OpenER. Erg inspirerend,dergelijke ontmoetingen. Waar veel deelnemers wel jaloers op zijn is de ondersteuning die voor dit project vanuit het CvB afkomstig is. Een aantal initiatieven komt moeizaam van de grond juist vanwege het gebrek daaraan. Het wordt genoemd als een kritieke succesfactor voor het welslagen van een open educational resources project en de snelle realisatie van “onze” site kan alleen met een dergelijke steun.
De dag werd geopend met het tonen van een kleine video. Een heel aardige, hoewel erg vanuit een USA-standpunt gemaakt.
Zie http://www.glumbert.com/media/shift.
Houston, we have no problem
Dit bericht schrijf ik vanuit een collegezaal aan de Rice University in Houston. Het is hier nu dinsdagmorgen 8.45 uur. Ik ben hier voor de jaarlijkse bijeenkomst van de “grantees” van de Hewlett Foundation. Het doel is ervaringen uit te wisselen en te discussiëren over issues rondom Open Educational Resources.
Gisteren hebben we een rondleiding gehad over de campus van deze universiteit. Je krijgt gewoon weer zin om te gaan studeren en zeker in deze omgeving. Altijd heerlijk weer (nu iets van 25 graden), sportaccommodaties op loopafstand, studenthuizen op de campus, ongedwongen sfeer. Maar ook faculteiten die op sommige terreinen (zoals muziekstudie) tot de beste van de wereld behoren.
Discussies vandaag zullen o.a. gaan over een Open Participatory Learning Infrastructure (OPLI). Een dergelijke infrastructuur moet leren tussen universiteiten door docenten mogelijk maken, waarbij Web 2.0 technieken een dergelijke uitwisseling moet ondersteunen. Klinkt goed, ik ben benieuwd naar de ideeën die hieromtrent leven. Ook serious gaming komt aan bod vandaag.
Zo, de zaak gaat hier langzaamaan beginnen. Later meer.
Taal en jargon
Vorige week vrijdag hield ik een presentatie over OpenER voor een gezelschap van oud-presidenten van Nederlandse universiteiten. Tijdens die presentatie werd ik weer eens met mijn neus op het feit gedrukt dat je heel snel jargon gebruikt en je het je niet eens meer bewust bent. Ergens in de presentatie meldde ik dat de site in december “72000 unieke bezoekers” had getrokken. Eén van de aanwezigen vroeg wat een unieke bezoeker is. Na mijn uitleg over loggen van IP-adressen en het kunnen herkennen of iemand al eens eerder de site heeft bezocht (zodat die niet dubbel wordt geteld) merkte de vragensteller fijntjes op dat ik “wel een hele aparte definitie van ‘uniek’ had”. Ik moest weer denken aan een voorval dat ik ruim 20 jaar geleden meemaakte. Mijn schoonvader (toen nog een niet gepensioneerde notaris) vroeg me of een informatiesysteem dat ze gebruikten op zijn notariskantoor ook uitgebreid kon worden met enkele functies. Op mijn vraag in welke taal het systeem was geschreven merkte hij ietwat verbaasd op “in het Nederlands, hoezo?”. In een andere discussie met hem over “discrete wiskunde” vroeg hij zich verbaasd af “kan wiskunde dan ook indiscreet zijn?”. Ik ben me weer bewust dat ik moet blijven oppassen bij het gebruiken van terminologie in communicatie uitingen.
Zoals mogelijk bekend is een 100-tal aanbieders van open courseware verenigd in het Open Courseware Consortium. Naast dit consortium bestaat er ook een variant waarin ongeveer 400 aanbieders in China zich hebben verenigd. Vorige week werd ik geattendeerd op een site waar je kunt nagaan of een op te geven URL geblokkeerd wordt voor Chinese gebruikers. De OpenER-site werd niet geblokkeerd, deze blog echter wel. Misschien zijn Chinese autoriteiten bang dat via blogs onwelgevallige reacties kunnen worden geschreven? Ik vond het wel opmerkelijk gegeven de grote vlucht die open courseware in China heeft. De site is bereikbaar onder http://greatfirewallofchina.org/.
Push een community/forum
In mijn vorig bericht meldde ik over het idee van een tool voor een community/forum bij OpenER. Gebruikers van cursusmateriaal van OpenER krijgen geen ondersteuning vanuit de Open Universitet wanneer bij bestudering vragen ontstaan. Veel aanbieders van open (leer)content stellen daarom een community (of, iets minder uitgebreid, een forum) ter beschikking waarin gebruikers elkaar kunnen helpen bij het beantwoorden van vragen. Het blijkt echter dat dergelijke forums nauwelijks bezocht worden. Zo trekt de site van MIT (de Moeder van alle open (leer)content sites) per maand een miljoen(!) bezoekers. Er zijn 4900 geregistreerde gebruikers bij hun forum. De forums bevatten totaal ruim 1300 berichten, waarbij het forum over Lineaire Algebra het meest populair is met ongeveer 140 berichten. Deze resultaten zijn, afgezet tegen het aantal bezoekers van de site, erg mager. (Dat Lineaire Algebra populair is is voor mij als oorspronkelijk in de wiskunde opgeleide, geen verrassing, maar dat terzijde).
Er zijn diverse redenen te bedenken waarom die forums niet lopen, maar een aanname is dat een forum activiteit moet “uitstralen” voor nieuwe bezoekers. Echter, om activiteit zichtbaar te laten zijn moeten er eerst voldoende actieve deelnemers zijn. Typisch een kip-ei probleem.
De tool waar we momenteel over denken ondersteunt de volgende activiteiten. De preconditie is dat er een lijst van potentieel belangstellenden bestaat voor een dergelijk forum. Met de inmiddels ruim 2700 geregistreerde gebruikers hebben we bij OpenER een dergelijke lijst. De personen op de lijst krijgen een e-mail waarin hun bereidheid gevraagd wordt om met een bepaalde frequentie (1x/week, 1x/maand,..; door de gebruiker zelf aan te geven) een vraag in een forum te beantwoorden. Wanneer een gebruiker een vraag stelt in het forum wordt die vraag ook via e-mail naar een x aantal personen gestuurd. Bij de vraag staat ook aangegeven hoe urgent het antwoord voor de vraagsteller is. Wanneer binnen een bepaalde tijd (die afhangt van de urgentie van de vraag) geen antwoord terug is verkregen wordt de vraag naar een verzameling andere personen gestuurd. Een ontvangen antwoord wordt door de vragensteller beoordeeld. Het oordeel wordt zichtbaar en draagt ook bij aan het profiel van de antwoordgever. Zo wordt dan ook zichtbaar wie in het forum actief is met vragen beantwoorden en wat de kwaliteit van de antwoorden zijn.
De beschrijving is verre van compleet. Er zitten nog allerlei haken en ogen aan het idee, maar in de grond genomen denken we hiermee een kansrijk hulpmiddel te hebben om participatie in een forum te kunnen verhogen en een grotere sociale binding tussen de forumleden te verkrijgen. In de komende weken zullen de specs voor het proces en (daarvan afgeleid) de tool worden vervolmaakt en zal de ontwikkeling van de tool plaatsvinden. Wanneer er ideeën zijn om de beschreven activiteiten of de tool optimaal te maken: aarzel niet te reageren!
Bezoek uit Utah
Afgelopen week waren David Wiley en Brent Lambert van de Utah State University (meer specifiek: het Centre for Open and Sustainable Learning (COSL)) te gast in Heerlen. Zoals al eerder vermeld is het bij OpenER gebruikte systeem eduCommons ontwikkeld in het COSL en wordt daar ook de ontwikkelagenda bepaald en voor een belangrijk deel uitgevoerd.
Brent heeft op basis van een lijst met issues die er inmiddels lag vanuit het project met de ontwikkelaars (Robin Vanspauwen, Humphrey Ferdinandus en Leon Schaeps, alledrie werkend bij het RdMC) aan de slag gegaan. Het doel was de ontwikkelaars een in-depth blik achter de schermen van het systeem te bieden zodat in de toekomst ontwikkelvragen vanuit het project of optredende problemen door hun kunnen worden opgepakt. Tevens is een nieuwe versie van eduCommons geïnstalleerd. De migratie van de data en de test ervan zal eerdaags plaatsvinden. Omdat dit vanuit Utah zal plaatsvinden zal door het tijdsverschil met daar de gebruikers hiervan nauwelijks hinder ondervinden.
David heeft samen met John van der Baaren en Paul Kirschner gebrainstormd over het aan OpenER gedachte onderzoek. Aan OpenER gekoppeld zal een community komen waar gebruikers met elkaar en van elkaar kunnen leren over de cursussen in OpenEr. Het onderzoek moet inzicht geven in hoe participatie van gebruikers in die community kan worden vergroot. Het onderzoek heeft wat startproblemen opgeleverd omdat de gedachte communitysoftware niet meer in de lucht is en de beoogde vervanger ervan nog niet die kwaliteit heeft om grootschalig gebruikt te kunnen worden. Typisch een geval van oude schoenen weggooien voordat de nieuwe er zijn. Een resultaat van de brainstorm is een idee voor een tool en bijbehorend proces dat de komende weken vervolmaakt en ontwikkeld gaat worden. In een volgende post zal ik dieper ingaan op die tool.
De eerste enqueteresultaten
Zoals in de vorige post aangekondigd zal ik vandaag enkele resultaten presenteren van de enquête die sinds twee weken op de OpenER-site aanwezig is. Dergelijke gebruiksgegevens zijn belangrijk voor ons om aan het einde van dit project te kunnen rapporteren over de effecten van OpenER op het formele leren in het hoger onderwijs.
De gegevens zijn afkomstig van ruim 220 ingevulde enquêteformulieren. 44% is met OpenER in contact gekomen via de OU-website. De overigen via websites van derden, via de gedrukte media of via radio en tv. 82% geeft aan de website al meerdere malen bezocht te hebben. 45% bezoekt de site om studeren aan de OUNL gratis uit te proberen. 78% geeft aan een of meer cursussen op zijn minst gelezen te hebben. 80% volgt momenteel geen onderwijs. 55% hebben plannen om met een studie in het hoger onderwijs te beginnen. Voor 75% van de respondenten heeft het aanbod van het studiemateriaal via OpenER invloed op hun studieplannen. 43% van de respondenten heeft nog geen opleiding in het hoger onderwijs gehad.
Er was ook ruimte voor aanvullende opmerkingen. Evenals bij de feedbackformulieren waren daar zowel hartverwarmende reacties, kritische opmerkingen als ideeën voor voortzetting genoemd. Een opvallende vond ik de volgende: “Gratis cursussen zijn heel fijn en interessant, maar het zou pas echt een meerwaarde hebben, mochten er ook examens over georganiseerd worden en attesten/certificaten van uitgereikt worden. (Wanneer) worden er examens voor die vakken uitgeschreven? Dat zou pas des te meer een motivatie zijn om die cursussen echt te gaan bestuderen, en om de smaak te pakken te krijgen om ook andere (betalende) cursussen te volgen”. Zoals al eerder bericht: daar wordt inmiddels hard aan gewerkt!
Reacties van gebruikers
Bezoekers van de OpenER-site kunnen feedback sturen via een webformulier. Inmiddels is daar door zo’n 200 bezoekers gebruik van gemaakt. De reacties zijn erg divers, maar overwegend positief. Opmerkingen als
- “Wat een buitengewoon goed initiatief!!!”,
- “als mbo-er, wordt mij nu de mogelijkheid geboden om via een gratis cursus van de O.U. op een hoger werk en denkvermogen te komen en daar ben ik de O.U. heel dankbaar voor.”,
- “Volgens mij is het ideaal voor mensen die dit als een “tweede” kans zien/krijgen. Toen ik bij de geschiedenis van uw/jullie Universiteit las herkende ik me in de doelgroep en dacht waarom ben ik niet eerder in contact hiermee gekomen.”,
- “Heb aan de eerste cursus psychologie een hele prettige avond beleefd en veel geleerd. Vind het gewoon fantastisch en beschouw het een GROOT GESCHENK”,
- “Op deze wijze kan ik beter een afweging maken om al dan niet te starten met een opleiding via de OU.”,
- “Ik hoop dat er ook vervolgstof wordt aangeboden, hogere niveaus, zodat je een volledige studie kunt volgen.”
zijn niet alleen veelal hartverwarmend maar geven ook aan dat de uitgangspunten die aan dit experiment ten grondslag lagen (verleiden tot een formele opleiding op HBO- of WO-niveau) niet irreëel zijn.
Een aantal reacties was ook wat kritischer. Een enkeling kreeg webpagina’s niet geopend. Een aantal meldde fouten in het cursusmateriaal. Zo was bij een meerkeuze-opgave uit de cursus Starten met programmeren volgens een paar gebruikers geen enkel antwoord correct, omdat de () rond een variabelewaarde vergeten waren. Een gebruiker meldde een verkeerde ondertiteling bij de video bij de cursus Duurzaam ontwikkelen. Na ongeveer 12 minuten werd duidelijk “300” gezegd, waar de ondertiteling “3” aangaf. Dergelijke reacties zijn conform ervaringen bij andere open coursewaresites. Na de publicatie van de cursus Evolutie voor psychologen (de eerste volledig webgebaseerde cursus) kwamen een paar reacties die vroegen om een schriftelijke versie hiervan om het niet vanaf een scherm te hoeven bestuderen. Daar tegenover stond echter ook een reactie van een gebruiker die vroeg om uitlevering via een PDA. Hij meldde onder meer “Ik lees zelf voor 75% via mijn palm PDA, en dat maakt voor mijzelf studeren extra interessant. Elke vrije minuut wordt zo een studieminuut, zelfs wachten aan de kassa’s levert mij vaak tot 45’/week extra studietijd!” Dit idee van uitlevering voor diverse platforms moeten we eens nader bekijken. De ervaringen die we hiermee al hebben in het RdMC (waar bijvoorbeeld video’s uit diverse kennisbanken al via een PDA of GSM te benaderen zijn) kan daarbij goed van pas komen.
Sinds vorige week kan door bezoekers ook een enquête worden ingevuld. De resultaten daarvan vormen nuttige input voor de rapportages over dit experiment die aan het einde van dit jaar aan de financiers moeten worden opgeleverd. Na 1 dag waren er bijna 150 personen die deze enquête hadden ingevuld. In een volgende post zal ik wat resultaten melden.
Gratis in het regeeraccoord
Al aangekondigd in enkele verkiezingsprogramma’s was het idee van de gratis schoolboeken voor het middelbaar onderwijs. Ik was wel benieuwd of in het uiteindelijke regeeraccoord hier iets van terug te vinden was. En jawel: in de tekst is op pagina 18 te vinden: “Schoolboeken in het voortgezet onderwijs worden gratis. Financiering zal plaatsvinden via de lump-sum bekosting.”. Nu is “gratis” natuurlijk wat anders dan “open”. Mocht in de toekomst deze maatregel echter ook gaan gelden voor het hoger onderwijs, dan zal dat zeker stimulerend werken op het “open” aanbieden van onderwijsmateriaal. Waar we nu in het OpenER-experiment heel beperkt gebruik maken van welwillende toestemming van uitgevers om delen van een boek vrij beschikbaar te stellen, is dit voor volledige cursussen die gebaseerd zijn op een tekstboek uitgesloten. De cursist zal dus het boek moeten aanschaffen om de (verder open) cursus te kunnen volgen: een drempel. Uit feedback die ik inmiddels van enkele bezoekers van de OpenER-site heb mogen ontvangen blijkt dat die drempel voor die bezoekers te hoog zal zijn.
In het regeeraccoord zijn onder de kop “Onderwijs” totaal 14 punten geformuleerd waar de kersverse minister van Onderwijs, Ronald Plasterk, mee aan de slag kan. De meeste punten betreffen het primair en (vooral) het voortgezet onderwijs. Een nieuw gezicht in de politiek bij Onderwijs. Ik ben erg benieuwd naar zijn optreden.
Tentaminering van cursussen in OpenER
Deze week zijn vervolgstappen gezet in het proces dat uieindelijk moet leiden tot het doen van een tentamen voor een OpenER-cursus en de mogelijkheid het daarbij te behalen certificaat te verzilveren bij aanmelding voor een studie. Grofweg zijn daarin twee trajecten te onderscheiden, die niet geheel los van elkaar kunnen worden beschouwd, maar die wel deels parallel kunnen worden afgelegd.
Het eerste traject betreft de formele regeling die ervoor moet worden opgesteld. Want hoewel het “maar” 25 studieuren zijn waarover een tentamen wordt afgelegd: er wordt naar gestreefd een officieel certificaat daarvoor uit te reiken bij voldoende resultaat. En dat betekent allerlei kwaliteitsgaranderende maatregelen, te formuleren door de Commissie van Examens. Ook het vraagstuk van hoe dit certificaat te verzilveren wanneer daadwerkelijk met een opleiding aan de Open Universiteit wordt begonnen hoort hierbij.
Het tweede traject betreft het operationeel maken van de mogelijkheid. Het streven daarbij is zoveel mogelijk gebruik te gaan maken van reeds bestaande systemen en procedures. Echter, enkele aanpassingen zullen noodzakelijk zijn, zowel in procedure als in ondersteunende systemen. Om een idee te krijgen twee voorbeelden van (vele) benodigde aanpassingen. Om tentamen te kunnen doen om een officieel certificaat te verkrijgen is inschrijving (wettelijk) verplicht. Bij inschrijving moet ook een kopie van een identificatiedocument worden verstuurd. Om de drempel zo laag mogelijk te houden voor potentiële kandidaten (het gaat immers maar om 1 tentamen) is het eerste idee om identificatie aan de balie van het Studiecentrum te laten plaatsvinden op het moment dat een kandidaat zich daar (na voorafgaande aanmelding) heeft gemeld. Het tweede voorbeeld betreft de vast te stellen prijs voor het tentamen (want een tentamen zal niet om niet worden aangeboden) en hoe de gelden kunnen worden geïnd. Het eerste idee voor inning is de mogelijkheid tot een eenmalige machtiging bij aanmelding voor een tentamen.
De komende weken zullen we met verschillende partijen (OSC, ICTS, CvE) aan de slag gaan om deze mogelijkheid liefst voor de zomervakantie nog gerealiseerd te krijgen.