
Created by Tatiana Syrikova
Deze blog verscheen eerder bij Npuls.
Op hun legendarische album Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band verwoordden Lennon en McCartney het al treffend: je wordt beter met wat ondersteuning van je vrienden. Werken met open leermaterialen is een treffende illustratie van dit motto: door docenten gedeelde leermaterialen kunnen door anderen weer gebruikt en verbeterd worden. In de praktijk blijkt het gebruik van open leermaterialen echter niet vanzelf te gaan. Zo kunnen onvoldoende vertrouwen in de kwaliteit of het lastig kunnen bepalen van de relevantie het hergebruik van een leermateriaal in de weg staan.
Vertrouwen en de kracht van community
Om hergebruik van open leermaterialen te stimuleren, deed ik namens Npuls onderzoek naar manieren om daar praktische handvatten voor te bieden. In het onlangs verschenen rapport valt onder andere te lezen dat het vertrouwen van docenten in de kwaliteit van een leermateriaal een doorslaggevende factor is voor hergebruik. Dat vertrouwen hangt sterk samen met de reputatie van de bron én met de begrijpelijkheid van de beschrijving van het leermateriaal: biedt die voldoende informatie om over te gaan op hergebruik? Een effectieve manier om dit vertrouwen te verhogen is transparant maken hoe de kwaliteit van het open leermateriaal wordt gegarandeerd.
Een andere belangrijke rol bij het stimuleren van hergebruik ligt in de samenwerking binnen een vakcommunity. Zij kunnen elkaar attenderen op kwalitatief goed open leermateriaal en zorgen dat het actueel blijft en onderhouden wordt. Om ervoor te zorgen dat docenten en ondersteunende staf voldoende tijd en ruimte te krijgen om actief te zijn in zo’n community, moeten besluitvormers doordrongen zijn van de waarde daarvan. Mijn advies is daarom: betrek besluitvormers bij activiteiten en vier met hen de successen.
AI en de uitdaging van openheid
Naast hergebruik van bestaand open leermateriaal kan een docent met de opkomst van generatieve AI ook zelf leermaterialen genereren. Dat is echter ook te karakteriseren als een vorm van hergebruik, maar dan met gebruik van onbekende bronnen. Vertrouwen in de kwaliteit van die bronnen is daardoor lastig te bepalen. Deze toepassing roept dan ook meteen de vraag op hoe je je vanuit de open wereld kan verhouden tot generatieve AI. Het artikel Open education principles: Resisting the metrics of AI black boxes van UNESCO verwoordt hier enkele gedachten over die aanzetten tot nadenken.
De kernboodschap van de auteurs is dat de opkomst van commerciële, gesloten AI-systemen in het onderwijs bestaande ongelijkheden dreigt te versterken. Zo reduceren gesloten ‘black-box’-systemen, zoals automatische beoordelingstools, leerplatformen en AI-gestuurde aanbevelingssystemen, onderwijs tot meetbare prestaties zoals toetscijfers. Hierdoor ligt de focus onvoldoende op diepgaand leren en persoonlijke groei. Efficiëntie en winst staan centraal, niet onderwijskundige waarden. AI wordt vaak geprezen als ‘oplossing’ voor complexe onderwijsvraagstukken, maar versterkt dus juist een neoliberale kijk op onderwijs als ‘product’.
De auteurs pleiten daarom voor openheid als een alternatief om te komen tot rechtvaardiger, transparanter en gemeenschapsgericht onderwijs. AI-systemen zouden transparant moeten zijn: open source gebouwd en met inzicht in trainingsdata, algoritmes en besluitvorming. Dit stelt het onderwijs in staat om systemen kritisch te evalueren en aan te passen aan lokale behoeften. Onderwijs moet draaien om proces, ervaring en diepgang, niet om meetbare prestaties. Vanuit dat perspectief moedigen open leermaterialen en open onderwijspraktijken lerenden en docenten aan om actief mee te denken en content te co-creëren, in plaats van passieve consumenten te zijn.
Kritisch blijven op de inzet van AI
Ik vind dat onderwijsinstellingen kritisch moeten blijven op de inzet van AI. Daarvoor moeten ze zich de vraag stellen: hoe zien wij de rol van AI en openheid in onze eigen onderwijspraktijk? Welke stappen willen we zetten om daarin tot meer openheid te komen? In het geval van hergebruik van open leermaterialen zouden instellingen generatieve AI als tool kunnen gebruiken met een verzameling van bekende, kwalitatieve open leermaterialen als input.
Dat kan bijvoorbeeld door een AI-tool lokaal te draaien, met de repositories van edusources en Wikiwijs als bronmateriaal. Dit heeft als bijkomend voordeel dat het nieuw gegenereerde leermateriaal weer onder een open licentie kan worden gedeeld. Zo ondersteunen we elkaar met een verzameling open leermaterialen waarvan de kwaliteit geborgd is en waarin de gebruikers vertrouwen hebben. Volgens mij is dat in deze tijden van generatieve AI nog belangrijker dan voorheen.
