OER and Inclusiveness: Are Expectations Fulfilled?

Photo by Baim Hanif on Unsplash(This blogpost is a co-production with Ben Janssen. A Dutch version of this post was published on SURFspace).
Sustainable Development Goal 4 of UNESCO reads “Ensure inclusive and equitable quality education and promote lifelong learning opportunities for all”. Open Educational Resources (OER) have the potential to contribute to this objective. But to what extent is this potential already being realised?
Last year, Ben Janssen and I undertook a study (commissioned by UNESCO) on the adoption of OER (including open online courses) in the sector “Technical and Vocational Education and Training” (TVET). Formulated by UNESCO (2015, p. 2): “TVET is understood to be integral to education and lifelong learning and to refer to all forms of learning of knowledge, skills and attitudes relating to the world of work. TVET comprises education, training and skills development activities relating to occupational fields, production and livelihoods. (…) TVET involves a wide variety of learning and skills development opportunities. It can take place at secondary, post-secondary and tertiary levels.”
In the figure below, areas encompassed by dotted lines are normally considered as TVET (Orr, 2017).

The Development Report 2018 of the Worldbank (2018) provides data about educational attainment of the world population in the age of 15-64 year. This allows TVET to be placed in a broader context. The next three figures illustrate the data.



From these graphs it can be concluded that of the people in the countries that are not considered to be “High Income” countries (“the rest of the world”), 90.2% does not have higher education. That is why education policy in many of these countries should focus mainly on TVET (upper secondary level).
In the research we found that stakeholders in the TVET sector attribute many opportunities to OER for improving the quality of education in TVET. However, these opinions contrast sharply with actual activities to increase the adoption of OER in TVET. The research also taught us that there are hardly any research reports and articles about adoption of OER in the TVET sector available in open access formats. We focused on English publications. To illustrate: the OER Knowledge Cloud database, which may be qualified as the source for international literature on OER available under open access, does not contain articles about TVET and OER, with the exception of studies into OER in Community Colleges in the USA.
At a global level, the picture is that most efforts for adoption of OER (both in terms of research and implementation) focus on higher education. However, these efforts address only 14.6% of the world’s population. We may assume that OER may make even more difference to achieve lower access barriers to quality education in the “rest of the world” than in the “High Income” countries. But only 9.8% of people are reached in those parts of the world when focusing on higher education. The Commonwealth of Learning is one of the few organizations that focus on the adoption of OER outside of higher education in that part of the world.
The theme of the 2nd OER World Congress in Ljubljana in September 2017 was “OER for Inclusive and Equitable Quality Education: From Commitment to Action“. However, if this “Action” does not focus much more than previously on sectors other than higher education, with a focus on the “rest of the world”, there is a real danger that OER will contribute to increasing the gap between the “Haves” and “Have-nots” instead of bridging this gap. And that is not the intention of the open world: reducing inclusive access to quality education instead of increasing it!
References
Orr, D. (2017). ICT for a Futureproof TVET. Opportunities and Challenges. Presentation at International Forum on ICT and Education 2030, 10-11 July 2017, Qingdao. https://www.slideshare.net/DominicOrr/ict-for-a-futureproof-tvet-opportunities-and-challenges
UNESCO (2015). Preliminary report accompanied by a first draft of the recommendation concerning technical and vocational education and training. Paris. Available at http://unesdoc.unesco.org/images/0022/002296/229649e.pdf
World Bank (2018). World Development Report 2018: Learning to Realize Education’s Promise. Washington, DC: World Bank. DOI:10.1596/978-1-4648-1096-1

Ljubljana OER Action Plan 2017, een analyse en beschouwing


In 2012 werd bij het 1e OER World Congress van UNESCO de Paris Declaration on OER opgesteld en gepubliceerd. In die Declaration worden overheden wereldwijd opgeroepen om leermaterialen die met publiek geld zijn gemaakt onder een open licentie beschikbaar te stellen voor iedereen en adoptie van OER te stimuleren.
In de vijf jaar die sindsdien zijn verstreken is vastgesteld dat mainstreaming OER, nodig om daarmee beter in staat te zijn de Sustainable Development Goal 4 “Ensure inclusive and equitable quality education and promote lifelong learning opportunities for all“ te realiseren, niet heeft plaatsgevonden. Onderzoek naar oorzaken daarvan leverde vijf barrières op:

  1. Beperkte vaardigheden van gebruikers en beperkingen in tools om OER te vinden, te gebruiken, te maken en te delen;
  2. Taal en cultuur issues;
  3. Beperkingen in inclusieve en gelijke toegang tot hoge kwaliteit OER;
  4. Te weinig zicht op (business) modellen om OER duurzaam te publiceren en gebruiken;
  5. Te weinig aandacht voor adoptie van OER in beleidsondersteuning.

Om die reden is gestreefd naar publiceren van een actieplan met aanbevelingen om deze barrières te slechten. Onder het motto “OER for Inclusive and Equitable Quality Education: From Commitment to Action” werd van 18 t/m 20 september in Ljubljana (Slovenië) het 2nd OER World Congress georganiseerd. Op dat congres is een concept actieplan gefinaliseerd, vastgesteld en goedgekeurd door de aanwezigen.
In het afgelopen jaar is hiervoor het volgende proces doorlopen:

  • Opstellen 1e draft van het document. Dit document was input voor:
  • 6 regional consultations waar de draft werd bediscussieerd en waarin voorstellen voor activiteiten voor het actieplan zijn gegenereerd. Dit leidde tot een 2e versie van een draft document.
  • In de maanden voorafgaand aan het congres was er voor iedere belangstellende de mogelijkheid online te amenderen. Dit leidde tot >100 voorstellen voor amendering. Deze zijn verwerkt in een 3e versie van het draft document.
  • Op het congres zijn de laatste amenderingen op de laatste versie van het draft document besproken in panelsessies. Dit heeft geleid tot een finale versie die door het congres met algemene stemmen is vastgesteld.
  • Er was ook een ministeriële sessie, waarin 20 ministers en staatssecretarissen zich bogen over het document om uiteindelijk te komen met een Ministerial Statement. In dit statement geven ze hun goedkeuring aan het Action Plan en roepen alle stakeholders op uitvoering te geven aan het Action Plan.

>> Download verslagen van de consultatiebijeenkomsten
>> Download Ljubljana OER Action Plan 2017
>> Download de Ministerial Statement

Dit Action Plan adresseert alle onderwijssectoren:

In order for OER to reach its full transformative potential for supporting the realization of SDG 4, OER needs to be more integrally a part of educational policies and practices from early childhood education to post-secondary and higher education and lifelong learning. Mainstreaming OER-based content will depend upon a commitment to openness and access of OER educational content by learners, educators, institutions and governments, and also requires that other pre-conditions to quality education are in place.

En de aanbevelingen gelden voor een veelheid aan stakeholders:

The stakeholders addressed in this document are educators, teacher trainers, librarians, learners, parents, educational policy makers (at both the governmental and institutional level), teacher and other professional associations, student associations, teacher and student unions as well as other members of civil society, and intergovernmental organizations and funding bodies. Support of decision makers at governmental and institutional levels is essential for the realization of the Ljubljana OER Action Plan. Multiple stakeholder’s support for the actions is also crucial for the implementation of the proposed actions.

Niet alle aanbevelingen zijn voor alle stakeholders en alle sectoren even toepasbaar. Voor het hoger onderwijs in Nederland, met inachtneming van wat er al gebeurt in Nederland rond adoptie van OER, zijn de volgende aanbevelingen van belang. De toewijzing naar stakeholders is deels mijn interpretatie; een dergelijke toewijzing is niet bij iedere aanbeveling geëxpliciteerd in het Action Plan.

  • Zorg voor aanbrengen van besef van OER en vaardigheden om met OER om te gaan in lerarenopleidingen, BKO-trajecten en opleidingen voor bibliotheekfuncties. Dit omvat onder meer kennis over hoe OER te vinden, aan te passen, onderhouden en delen, kennis over copyright-gerelateerde issues en digitale geletterdheid rond issues met betrekking tot security waar het ontwikkeling en gebruik van OER betreft.
  • Dissemineer onderzoeksresultaten naar OER voor creëren van good practices rond kosteneffectiviteit, duurzaamheid en tooling voor maken en delen van OER.
  • Organiseer ondersteuning bij vinden, maken en hergebruiken van OER.
  • Ondersteun en stimuleer ontstaan van effectieve peer netwerken (zoals vakcommunities) voor het delen van OER.
  • Zorg voor een systeem waarin maken, delen en hergebruiken van OER wordt erkend en beloond.
  • Houd bij maken en delen van OER rekening met issues als taal en cultuur. Dat geldt zeker als het aannemelijk is dat de OER wereldwijd gebruikt gaan worden, maar kan ook gelden voor gebruik in de eigen instelling, waar steeds meer studenten uit het buitenland instromen en studenten uit Nederland met een niet-Nederlandse afkomst.
  • Houd bij maken en delen van OER rekening met toegankelijkheid en inclusief gebruik. Denk bijvoorbeeld aan toegankelijkheid voor personen met een handicap.
  • Zorg voor systemen voor peer-review kwaliteitscontrole bij maken en aanpassen van OER. Maak dit systeem onderdeel van de reguliere kwaliteitssystemen in een instelling. Ontwikkel op nationaal en instellingsniveau standaarden en benchmarks voor de kwaliteitsborging van OER.
  • Onderzoek de invloed van OER op processen voor maken en gebruiken van hoge kwaliteit leermaterialen.
  • Onderzoek (business)modellen voor duurzaam delen en hergebruik van OER.
  • Ontwikkel beleid op nationaal en instellingsniveau om de acties te initiëren en stimuleren. Neem uitspraken over ondersteuning van een OER aanpak op in visie en missie van overheid en instellingen.

Beschouwing

Zoals eerder gemeld is het Action Plan bedoeld voor een brede waaier aan onderwijssectoren (inclusief non-formeel leren) en stakeholders. De mate van adoptie van OER in verschillende landen is ook heel divers. Bij sommige landen moet er nog een eerste besef van de mogelijkheden ontstaan, in andere landen (zoals Nederland) is men al veel verder. In die zin zal er niet één proces van implementatie van de aanbevelingen zijn. Het Action Plan laat zich daarom ook niet uit over een dergelijke implementatiestrategie, maar richt zich vooral op het realiseren van een solide basis die nodig is om te bereiken dat OER mainstream wordt.
OER wordt gezien als een belangrijk middel om te komen tot kwalitatief goed onderwijs met gelijke toegang tot middelen voor iedere wereldburger, zonder toegangsdrempels (zoals in de UNESCO SDG 4 is geformuleerd). De voorgestelde acties richten zich daarom op dat toegangsaspect en verhogen van de kwaliteit van onderwijs. Bij dat laatste wordt vooral ingestoken op de mogelijkheden van OER om te komen tot betere docenten en wordt er nauwelijks stilgestaan bij wat die docenten dan vervolgens met OER kunnen doen. Is dat een gemiste kans? Wellicht zal een aanpak die start met het laatste (kweken van interesse bij de docent door uit te gaan van zijn of haar specifieke onderwijscontext, zodat effecten van OER direct zichtbaar zijn) en dan de skills aanbrengen om OER daadwerkelijk te kunnen inzetten (waar de acties uit het actieplan zich op richten) een goede strategie zijn. Het Action Plan sluit die strategie overigens niet uit, maar benoemt die ook niet expliciet.
Het Action Plan gebruikt ook een strikte definitie van OER: vrije toegang en recht op aanpassen en hergebruiken van de materialen onder de voorwaarden van een open licentie. Er zijn echter vele online bronnen die vrij toegankelijk zijn, maar niet aan de voorwaarden van de open licentie voldoen. Hoewel ze niet aangepast mogen worden kunnen deze bronnen zinvol zijn in bepaalde contexten (bijvoorbeeld voor een self-learner). De meeste MOOC’s vallen bijvoorbeeld onder deze categorie. Bij de implementatie van de aanbevelingen zou aandacht voor dit onderscheid in contexten zinvol kunnen zijn, zodat as-is hergebruik van dergelijke bronnen meegenomen wordt.
Het plan benoemt wel de potentie van OER voor onderwijsprocessen en de voorwaarde van een goede didactiek om OER effectief te laten zijn:

OER’s transformative potential going forward – reinforced by the expansion of ICT and broadband infrastructure – broadens horizons for knowledge sharing and collaboration among educators, institutions and countries. If used effectively and supported by sound pedagogical practices, OER allow for the possibility to dramatically increase access to education through ICT, opening up opportunities to create and share a wider array of educational resources to accommodate a greater diversity of educator and learner needs. Increased online access to OER further promotes individualized study, which, when coupled with social networking and collaborative learning, fosters opportunities for pedagogical innovation and knowledge creation.

In die opvatting is mainstreaming OER een voorwaarde om deze onderwijstoepassingen mogelijk te maken om dan pas te kunnen denken aan zaken als Open Educational Practices en Open Pedagogy. En zoals eerder opgemerkt zijn lang niet alle landen al zover dat er zelfs maar een begin van mainstreaming van OER aan de gang is.
Naast een hoofdprogramma dat zich richtte op het finaliseren van het Action Plan, was er ook een nevenprogramma in Ljubljana. In één van de sessies in dat nevenprogramma werd de publicatie Cape Town + 10 (CPT+10) gelanceerd. De “+10” verwijst naar de 10 jaar die er zijn verstreken sinds in 2007 de Cape Town Declaration for Open Education werd gepubliceerd. Deze Declaration heeft als ondertitel “Unlocking the promise of open educational resources”. De Declaration is ontstaan vanuit een bottom-up aanpak en heeft als doel OER beter en meer toepasbaar te maken om daarmee te komen tot open(er) vormen van onderwijs. Momenteel hebben een kleine 2600 individuen en ongeveer 270 organisaties de Declaration ondertekend. In CPT+10 worden tien richtingen gesuggereerd om meer open(er) onderwijs te realiseren. De scope is dus breder dan alleen OER, overlapt deels met aanbevelingen uit het Action Plan en geeft handvatten om invulling te geven aan implementatie van de aanbevelingen uit het Action Plan.
Ik heb me beperkt tot het duiden van het plan voor het hoger onderwijs. Zoals vermeld gelden de aanbevelingen in het plan voor alle vormen van onderwijs (zeg maar van de wieg tot het graf, formeel en non-formeel). Omdat iedere onderwijssector haar eigen karakteristieken heeft zal het implementeren van de aanbevelingen maatwerk zijn per sector. En wellicht dat acties voor andere sectoren nog meer nodig zijn dan voor het hoger onderwijs. Ik denk dan met name aan het beroepsgerichte onderwijs, zowel regulier als non-formeel. Recent hebben Ben Janssen en ik, in opdracht van UNESCO, een onderzoek uitgevoerd naar de stand van zaken betreffende adoptie van OER in die sector. Uit dat onderzoek blijkt dat het belang van OER voor die sector wereldwijd hoog wordt geacht, maar dat daadwerkelijke activiteiten om adoptie van OER te realiseren nauwelijks van de grond komen of zelfs maar aandacht krijgen van overheden. In Ljubljana hebben we de voorlopige resultaten gepresenteerd in het nevenprogramma.
>> Slides presentatie OER in TVET
Om een en ander effectief en efficiënt te laten verlopen zou de overheid in dezen een regierol moeten voeren, zodat lessons learned uit één sector, indien toepasbaar, ook ter beschikking komen in andere sectoren. Maar daarnaast zijn ook instellingen aan zet om werk te maken van implementatie van de aanbevelingen.
Ter afsluiting een sfeerbeeld van het congres middels een (bijna onvermijdelijke) groepsfoto.

Regionale consultatie Europa voor 2e World Congress OER


Ter voorbereiding op het 2e World Congress on OER werd van 23-24 februari op Malta een Regional Consultation gehouden. “Regional” in UNESCO-termen betekent hier Europa. Eerder was er al een consultatie in Azië (resultaten hier en hier) en er volgen er nog in het Midden-Oosten & Noord-Afrika, Afrika, Noord- en Zuid-Amerika en de Pacific.
Het eerste World Congress on OER in 2012, Parijs leidde tot de Paris OER Declaration, waarin overheden zich committeerden om awareness rond OER te verhogen en gebruik ervan te stimuleren. Het thema van het 2e World Congress luidt: OER for Inclusive and Equitable Quality Education: From Commitment to Action. In dat thema is de UNESCO Sustainable Development Goal 4 terug te vinden “ensure inclusive and equitable quality education and promote lifelong learning opportunities for all“. Maar ook is daaruit af te lezen dat het tijd wordt voor actie om met name brede adoptie te realiseren, wil OER echt een bijdrage kunnen leveren aan het bereiken van die doelstelling in 2030.
In Malta waren ruim 60 personen aanwezig, variërend van ministers, beleidsmedewerkers van ministeries, NGO’s, UNESCO, Commonwealth of Learning en onderwijsinstellingen, tot docenten en onderzoekers uit een diversiteit aan Europese landen en enkele daarbuiten (Canada en Korea).

Enkele resultaten

Naast enkele algemene presentaties was de hoofdmoot van de bijeenkomst gereserveerd om in vijf subgroepen aanbevelingen voor acties te genereren rond vijf actielijnen:

  1. Capacity of users to access, re-use, and share OER
  2. Language and cultural barriers
  3. Ensuring inclusive and equitable access to quality content
  4. Changing business models
  5. Development of appropriate policy solutions

De focus lag op de Europese context en daarbinnen op alle formele onderwijssectoren (van PO t/m HO) en het levenlang leren domein. Stakeholders voor deze aanbevelingen zijn onder meer de Europese Commissie, nationale overheden, onderwijsinstellingen en docent-, student-, werkgevers-, werknemers- en ouderorganisaties.
Een aantal aanbevelingen werd door meerdere subgroepen genoemd:

  • Creëer beleid op OER op zowel nationaal als instellingsniveau. Help elkaar daarbij: doe tekstvoorstellen aan overheden, maak gebruik van wat er al aanwezig is aan beleidsdocumenten en toolkits (zie bijvoorbeeld hier) en deel de beleidsplannen (al dan niet in draft) in de OER Policy Registry.
  • Creëer een nationaal platform voor delen van OER en ervaringen ermee en verbind die platformen met elkaar.
  • Zorg ervoor dat de grote meerderheid van docenten zich bewust wordt van de (on)mogelijkheden en meerwaarde van OER en ondersteun ze bij de toepassing ervan in hun dagelijkse werk. Maak OER een verplicht onderdeel van de initiële docentopleiding en Continuous Professional Development programma’s.
  • Overheden en instellingen moeten dezelfde kwaliteitseisen opleggen aan OER als aan andere leermiddelen. OER moet onderdeel worden van accreditatieprogramma’s en QA-schema’s (bijvoorbeeld ENQA voor hoger onderwijs)
  • Wees meer open over “open”: maak gebruik van de rol die MOOC’s kunnen spelen als change agent om OER-gebruik te stimuleren, verbind OER aan ontwikkelingen als Open Educational Practices en Open Pedagogy. Zoals in één groep werd geformuleerd: Open education is the goal, OER is a catalyst
  • Geef aandacht aan publiek-private samenwerking rond OER.
  • Stimuleer en ondersteun onderzoek naar evidence van effecten van OER op het onderwijs
  • Vergroot kennis van OER en hun (on)mogelijkheden bij vertegenwoordigingen van ouders, werknemers (zoals vakbonden), studenten en docenten

De subgroep waarin ik participeerde hield zich bezig met aanbevelingen voor actielijn 1: Capacity of users to access, re-use, and share OER. Enkele aanbevelingen die daarin zijn geformuleerd (naast degene die hiervoor al zijn genoemd onder deze actielijn):

  • Verbind kennis van (on)mogelijkheden van OER met agenda’s over digitale geletterdheid/21st century skills
  • Maak gebruik van tools en infrastructuren die binnen Europa al aanwezig zijn (zoals standaarden en metadata harvesters). Om dat aanbod te verhogen: verbeter transfer van resultaten uit (met name) EU-projecten naar duurzame implementatie
  • Alloceer een budget specifiek voor OER, zowel Europees (i.p.v. het onderdeel te laten zijn van programma’s als Horizon2020 en Erasmus+) als nationaal
Een overzicht van alle resultaten en opnames van de presentaties komt later beschikbaar. De gebundelde resultaten van alle regional consultations vormen de input voor het World Congress in september.

En verder
Hoewel er in de presentaties weinig aandacht aan werd geschonken, was in de wandelgangen grote bezorgdheid te horen over de recente politieke ontwikkelingen in de US, Groot Brittanië en mogelijke gevolgen van verkiezingsuitslagen in Europa. De constatering dat er een steeds grotere neiging lijkt te zijn je als land te gaan afsluiten staat haaks op wat de beweging van OER voorstaat. Grotere adoptie van OER kan voor een geluid tegen deze trend zorgen.
Hoewel er onder de deelnemers bij deze bijeenkomst enkele jongere personen aanwezig waren, signaleerden we dat de meerderheid “grijze mannen en vrouwen” waren. Om de OER beweging levend(ig) te houden is aanwas vanuit de komende generatie nodig. Bij het uitnodigen voor het World Congress in september zou bij de uitnodiging nadrukkelijk kunnen worden gestimuleerd tenminste één persoon jonger dan 30 jaar aan de delegatie toe te voegen.
De meeste subgroepen kozen ervoor om in de buitenlucht hun discussies te houden. Dat levert dan, naast inhoudelijke resultaten, een plaatje op als hieronder.

De bij deze gelegenheden traditionele groepsfoto:

 
 

UNESCO Chair on OER @Fontys


This week I received confirmation from UNESCO HQ in Paris of the establishment of a UNESCO Chair on OER at Fontys University of Applied Sciences. At the School of ICT of this institution, I am working as lector OER since June 2014. For those not familiar with the Dutch system of Higher Education: “lector” is the title for a professor at a university of applied sciences in the Netherlands. UNESCO agreed with the proposal of Fontys to appoint me as the Chairholder for this Chair. Of course, I feel grateful and proud about this.
The full title of the Chair provides a summary of the kind of applied and practice-based research I am currently conducting: Open educational resources and their adoption by teachers, learners and institutions. I am interested to find out what actions will lead to large-scale adoption by OER and open online courses (whether or not massive)  by (in Rogers’ terminology) the early and late majority of teachers in higher education.
Being appointed Chairholder does not change the subject of my research fundamentally, but it provides more opportunities to extend the research, in cooperation with the already existing Chairs on OER, to other regions of the world. I intend to explore opportunities with my collegue OER Chairholders of how to shape such an extension. I also expect to get involved in activities on OER that UNESCO will perform, e.g. those in preparation for the 2nd OER World Congress, next year in Slovenia. 
In the end the results of my research will contribute to realisation of UNESCO Sustainable Development Goal 4:

Ensure inclusive and equitable quality education and promote lifelong learning opportunities for all.

Massive sharing and reuse of OER and open online courses will contribute in reaching this goal because of its opportunities to lower access barriers to education. I am convinced that quality education is key to create a world where every single individual can develop and use his or her capabilities to contribute to a better world. I consider it an honor to have the opportunity to contribute to this goal. The label that UNESCO has provided recognizes the ambitions of Fontys and my own ambitions in this regard.
A disclaimer to end this post. The logo at the top of this post is provisionally assembled out of the two logos from UNESCO/Unitwin and Fontys. UNESCO will create a definite version of the logo for communication purposes. This final version can differ from the one in this post.

MOOCs Guide for Policy Makers in Developing Countries


Vorige week werd bij UNESCO in Parijs het rapport Making Sense of MOOCs, A Guide for Policy-Makers in Developing Countries gelanceerd. Deze publicatie is een gezamenlijk intiatief van UNESCO en de Commonwealth of Learning. De EADTU kreeg van hen de opdracht voor het schrijven van dit rapport. Darco Jansen werd de hoofdauteur en hij vroeg mij of ik mee wilde schrijven. Ik voldeed graag aan dit eervolle verzoek, mede omdat het schrijven aan een dergelijk rapport een uitstekende gelegenheid is om alle literatuur die daarover beschikbaar is eens gestructureerd op een rijtje te krijgen en via onderlinge discussies en de feedback van de reviewers de eigen kennis te vergroten.
De aanleiding voor het maken van dit rapport is in de abstract als volgt beschreven (nadruk door mij aangebracht):

The Guide is designed to raise general awareness amongst policy makers in developing countries as to how Massive Open Online Courses (MOOCs) might address their concerns and priorities, particularly in terms of access to affordable quality higher education and preparation of secondary school leavers for academic as well as vocational education and training. With very few exceptions, many of the reports on MOOCs already published do not refer to the interest and experience of developing countries, although we are witnessing important initiatives in more and more countries around the world.

Het rapport telt acht hoofdstukken:

  1. MOOCs – Setting the Context
  2. The Opportunities and Challenges of MOOCs for Society
  3. The Possible Benefits of MOOCs for Developing Countries
  4. Quality Assurance for MOOCs
  5. Learner-centred Approaches and the Benefits for Learners
  6. Reuse and Adaptation of MOOCs
  7. Collaboration on MOOC Development and Provision
  8. Business Models for MOOCs
Ieder hoofdstuk kent een opbouw:
  • Policy takeaways (geeft de beleidsmaker de lessen van het betreffende hoofdstuk)
  • Introductie
  • Inhoud

Daarnaast bevat het rapport een bijlage met voorbeelden van Government Business Model Canvases en een glossary met gebruikte terminologie.
Met name in de hoofdstukken 2 en 3 zijn de specifieke kenmerken voor MOOC´s in ontwikkelende landen te vinden:

  • Groot belang van toepassing van MOOC’s voor on the job training.
  • Geen grootschalige toegang tot internet. Dit leidt bijvoorbeeld tot initiatieven waarbij een mobiele telefoon wordt gebruikt voor de interactieve elementen in een MOOCen de materialen worden gedownload in een internetcafé of worden verspreid door middel van DVD’s om offline te bestuderen.
  • Er is weinig ervaring bij lerenden met leren in een digitale omgeving zoals door een MOOC wordt geleverd. Dit vereist goede lokale begeleiding. Omdat docenten deze digial literacy skills vaak ook missen is er een grote professionaliseringsbehoefte in dezen.

Commonwealth of Learning heeft dit eerder al geadresseerd via initiatieven als MOOCs for Development (een MOOC platform dat weinig bandbreedte vereist) en de ontwikkeling van een aantal MOOCs op dat platform (zie overzicht).
Naast deze verschillen zijn er echter ook veel overeenkomsten bij publiceren en gebruik van MOOC’s tussen de ontwikkelende en de ontwikkelde landen. Het rapport kan daarom ook waardevol zijn voor beleidsmakers op nationaal en instellingsniveau in de ontwikkelde landen.