Op 26 en 27 maart werd in Nottingham het OER13 congres gehouden. Deze editie telde 220 deelnemers, waarvan het leeuwendeel uit de UK afkomstig was. Het congres is voor Britse OER-onderzoekers hét congres om aan elkaar onderzoeksresultaten te presenteren en van gedachten te wisselen over allerlei issues.
De organisatie was erg verrast door het grote aantal deelnemers. In 2012 eindigde de financiering van twee grote OER-initiatieven in de UK. Het HEA/JISC OER programma, met meer dan 13M GBP aan subsidie, liep van 2009 tot 2012 en leverde een groot aantal OERs op. SCORE (Support Centre for Open Resources in Education) leverde ondersteuning aan OER-gerelateerde activiteiten, events en services. Dit project eindigde eveneens in 2012.
Waar tegenwoordig over OER gesproken wordt, ontbreekt de aandacht voor MOOC’s niet. Dit congres was daarop geen uitzondering, maar ik vond het wel een verademing dat het niet alle aandacht opslokte van de deelnemers en dat ook steeds is gestreefd naar het beschouwen van een MOOC in het bredere kader van open education in plaats van als een geïsoleerd fenomeen. Over het in december 2012 door de OU-UK gelanceerde MOOC-platform Futurelearn is overigens niet veel meer bekend dan dat er zich momenteel 22 Engelse universiteiten hebben aangesloten bij dit platform. In de wandelgangen vernam ik dat de OU-UK (de initiatiefnemer van dit platform) ernaar streeft de leermaterialen in de MOOC’s die zij via Futurelearn willen aanbieden, onder een open licentie te publiceren. Of dat een voorwaarde wordt voor alle deelnemers en of de andere deelnemers dit ook zullen doen is nog niet bekend.
Dit congres bood een grote diversiteit aan onderwerpen. Een kleine greep:
- Making OER available on multiple platforms (U-Now, IBook, eBooks),
- What do teachers need for sharing and creating knowledge about OER?,
- Learning lessons of innovation from MOOC’s, OER and crowdsourcing environments,
- New Approaches to Describing and Discovering Open Educational Resources.
Beleidsonderwerpen kwamen met name aan bod in presentaties over resultaten van EU-gefinancierde projecten.
De openingskeynote was van Toni Pearce, de Vice-President van de National Union of Students HE. Ze presenteerde resultaten van een onderzoek dat door hun organisatie is uitgevoerd onder studenten. Enkele resultaten uit dat onderzoek:
- Studenten gebruiken veelal alleen OER wanneer dit onderdeel van de cursus is of wanneer dit specifiek door de docent wordt aangegeven.
- Slechts een minderheid van de studenten heeft m.b.v. OER een betere indruk gekregen van de opleiding voordat ze zich aanmeldden.
- Aanbrengen van digitale vaardigheden in een vroeg stadium vinden ze belangrijk
- Studenten beschouwen zichzelf niet als de doelgroep van OER, maar zien het veeleer een rol spelen in een leven lang leren traject
- Ze vragen zich af of aanbod van OER gratis kan blijven.
Ming Nie presenteerde de eerste resultaten van het door de EU gefinancierde POERUP project. POERUP staat voor “Policies for OER Uptake”. Doel is tot aanbevelingen te komen voor hoe overheden de groei in gebruiken van OER kan stimuleren. O.a. de Open Universiteit is partner in dit project. Een eerste tussenresultaat bestaat uit 24 reports waarin initiatieven op nationaal, regionaal en (grotere) instituties beschreven zijn. Van de onderzochte landen en regio’s waren Nederland, USA, Roemenië en Zuid-Afrika de landen met een aanpak op nationaal niveau. Maar landen als Australië, Nieuw-Zeeland, Spanje en Canada zijn ook erg actief, zonder de aanwezigheid van een nationale aanpak.
Op het congres waren er ook diverse workshops voor het Communicate OER project. Dit project heeft tot doel om OER-gerelateerde artikelen in de Wikipedia te schrijven of te actualiseren. In de komende maanden zullen op gezette tijden online sessies worden georganiseerd voor groepen belangstellenden om gezamenlijk een artikel onder de loep te nemen en (indien nodig) te verbeteren. De workshops tijdens dit congres gaf een introductie in het schrijven van Wikipedia artikelen.
Samenvattingen van de meeste congresbijdragen zijn te lezen op de conference blog. Daar zijn ook links naar de slides opgenomen.
Deze week verscheen een tweetal onderzoeken op het gebied van OER.
Via Twitter kreeg ik de vraag “Bij welk deelnemersaantal kun je in Nederland eigenlijk van een MOOC spreken?”. Omdat “Massive” een fuzzy begrip is, is daar geen eenduidig antwoord op te geven.
De afgelopen dagen reflecteerde ik op de vele artikelen en blogposts waar ik de afgelopen maanden op ben gewezen of die ik zelf ontdekt heb. Het overgrote deel daarvan gingen over Massive Open Online Courses (MOOC’s). Een MOOC is echter slechts één van de verschijningsvormen van een proces “Opening up education” waar ik
Afgelopen zaterdag stond er in de Opinie & Debat bijlage van de NRC een artikel van
Van 13 t/m 15 november werden in Rotterdam de jaarlijkse Onderwijsdagen gehouden, georganiseerd door SURF en Kennisnet. Dit jaar was afwijkend van de voorgaande jaren, zowel qua plaats (was Utrecht) als qua organisatie (HBO en WO op 13 en 14 november, PO, VO en MBO op 15 november).
De afgelopen dagen was ik in Vancouver aanwezig bij de jaarlijkse Open Education Conference. Ik bezoek dat congres nu vanaf 2007 en heb het qua inhoud en opzet zien veranderen. Aanvankelijk was het een bijeenkomst waar ervaringen werden uitgewisseld over OER projecten (die veelal in de startfase zaten) en ook al presentaties over voorzichtige pogingen met OER onderwijsvernieuwingen door te voeren. De congresdeelnemers kenden elkaar goed.
Op 17 juli publiceerde de New York Times een
Eerder heb ik een
Op Hemelvaart vond bij “De Wereld Draait Door” het eerste open college plaats. Even afgezien van eerdere optredens van Walter Lewin (als onderdeel van een reguliere uitzending) was dit college geplaatst in een spin-off van DWDD, de