OpenEducation congres – 26-9 middag

Logan in fallNa de lunch een presentatie van (alweer) Andy Lane van de OU-UK. Hij behandelde het onderwerp: wanneer is open content echt open EDUCATIONAL materiaal? Hij beziet leermateriaal als opgebouwd in verschillende levels: materiaal, de context van gebruik (formeel, informeel, blended, online,..), de community discourse (geeft de betekenis aan het materiaal) en assessment van leren. Hij geeft het belang aan van communities als een middel om educational materiaal te krijgen. De behandeling van dit onderwerp gaat echter niet in detail in op hoe nu e.e.a. te bereiken is, maar de tools die daarbij te gebruiken zijn heb ik gisteren al besproken zien.
De laatste presentatie van de dag kwam van Preston Parker (Utah State University) en was getiteld: Open Content in Education: The Instructor Benefits of OpenCourseWare. Hij doet verslag van een case study waarin onderzocht is welke voordelen auteurs ervaren bij de creatie van open content. Ofwel antwoorden op de vraag van een auteur “What’s in it for me?”. Een paar highlights uit de presentatie

  • Auteurs van open content kunnen op verschillende manieren compensatie krijgen: mensen kopen nog steeds het boek, ook als je het vrij kunt downloaden; services eromheen (en dat kan zo eenvoudig zijn als het printen, kaften en versturen van downloadable materiaal); erkenning; sponsors en advertentie (bv Google ads, maar ook de 15 seconden vooraf bij een online video).
  • Findings: grotere erkenning; compensatie (bv. vergoeding van een private onderneming die gebruik maakt van het materiaal en hem als docent inhuren); feedback over ander, niet vooraf bedacht gebruik; eenvoudiger disseminatie van materiaal; het telt als een publicatie
  • Door het als instituut aan te bieden in plaats van via een persoonlijke site zit er een kwaliteitslabel van het instituut aan (wat meer erkenning afdwingt)

Zo, het is nu 15:00 uur. De presentaties zijn voorbij voor vandaag. Ik ga nu met een aantal mensen op “hiking”. Het weer is nu prima, dus even tijd voor wat fysieke inspanning.

OpenEducation congres – 26-9 ochtend

Logan in fallZo, one down, one to go. Vandaag de start van de tweede conferentie: Open Education, localizing and learning. Bij deze conferentie lezingen over toepassingen van open leermaterialen in tweede of derde wereld landen (en daarbij gaat het dan o.m. over vertalingen en toevoegen van lokale issues aan open leermateriaal van elders) en over ervaringen en experimenten met tools die van open courseware echt LEERmateriaal maakt.
Na de openingsspeech van David Wiley (bij OTEC ook wel bekend, omdat hij enkele jaren geleden een paar maanden bij OTEC zat) een keynote vover de kansen en uitdagingen van Open Educational Resources voor ontwikkeling in Nepal. Prioriteiten van de regering aldaar liggen o.m. in verbetering van onderwijs, ook geformuleerd in zgn. Millennium Development Goals. ICT ontwikkeling en toegang tot ICT toepassingen is groeiend. Wel zijn er infrastructurele problemen zoals bandbreedte. Uitdaging is toegang tot ICT te vertalen in betere dienstverlening voor educatie. Toverwoord is: content, en dan liefst open.
Een tweede keynote kwam weer van een Nepalees, maar nu van iemand die een zgn. Information Technology Center runt in Kathmandu. Ze vertelde over hoe ze daar de jeugd, maar ook volwassenen probeert te mobiliseren te leren. In 2004 begonnen met een financiering van 1 jaar vanuit de overheid. Content wordt o.a. door de lokale community aangeleverd. Dat is meer dan alleen teksten. Ze maken ook podcasts. Inhoud gaat over ondersteuning voor alledaagse dingen en over ICT-ontwikkeling. Een presentatie die me weer eens bewust maakte van de rijke omstandigheden waarin we leven. Wij ergeren ons al als het netwerk er eens uitligt of wat traag is…
De laatste plenaire openingspresentatie kwam van weer van David Wiley (als vervanger van Susan d’Antoni, die er op het laatste moment niet bij kon zijn). Hij vertelde over de resultaten die de afgelopen twee jaar zijn verzameld in een virtuele setting waar OER-betrokkenen in een UNESCO-forum over ondersteuning van “Knowledge Sharing Societies” hebben gediscussieerd. Dit heeft geleid tot een geprioriteerde lijst van issues die internationaal en nationaal aangepakt kunnen worden. Bij mij reeds langer bekend, want ze werden voor het eerst gepresenteerd bij de SCOP-conferentie in Heerlen in juni van dit jaar.
Na een korte pauze ging ik naar een presentatie van Gary Lopez van National Repository of Online Resources over een sustainable model voor collaborative development. Het NROC ontwikkelt (open) content voor voortgezet onderwijs en universiteiten. Veel gebruik van multimedia, voldoet aan nationale curriculum standaarden, en installeerbaar op alle populaire CMS’s. Deels is de content afkomstig van academische instellingen en deels door collaboratieve ontwikkeling door een community. Ze zijn ook actief op zoek gegaan naar content die van een zodanige kwaliteit was dat het in hun repository kon worden opgenomen (zie website van eduTools). Alle content wordt via eenzelfde structuur opgebouwd met leerobjecten. Momenteel bevat de repository ongeveer 35 cursussen. Collaborative development via Social Authoring. Hierbij hebben personen in een community ieder een rol in de creatie van een cursus (auteurs, leraren, ontwerpers,..). Feedback vanuit de gebruikers (via forums en webinars) komt terug in de community en zorgt zo voor een continu verbeteringsproces. Wie betaalt? Voornamelijk de deelnemende instituten. Ze betalen een membership fees, waarmee ze support krijgen voor creatie van content, het recht krijgen om content lokaal te installeren, een op hun instituut afgestemde website met open materiaal, toegang tot materiaal waardoor ze hun eigen staf kunnen professionaliseren en nog veel meer. Een fantastisch proces waar we vanuit het RdMC eens goed naar moeten kijken en waar in de toekomst een Open Netwerk Hogeschool ook van kan leren. En een business model waar ik ook nog eens in detail naar moet kijken, want ze verwachten over 18 maanden break-even te draaien.
De laatste presentatie vóór de middagpauze kwam van een vertegenwoordiger van de universiteit van Alicante. Het ging over ondersteuning van hergebruik van open leermateriaal door via wiki’s studenten de mogelijkheid te geven materiaal toe te voegen aan datgene wat door de docent al wordt aangeboden. Ze gebruiken een tool send2wiki. Hiermee kan een te veranderen webpagina in een wiki worden geplaatst. Deze wiki’s kunnen via een tool OCWInMotion in een structuur geplaatst worden. Deze webpagina’s kunnen ook uit een RSS-feed vanuit een OCW repository worden geselecteerd en vervolgens tot een wiki-gebaseerde cursus worden ingelezen. Hoewel het wiki’s zijn kan toch in deze wikitool schrijftoegang beperkt worden (als je bijvoorbeeld sommige delen niet veranderbaar wilt maken).

OCWC congres – Dinsdag 25-9

Logan in fallNa een nacht met iets meer slaap (nu ontwaakte ik “pas” om 3.00 uur in plaats van 2:00 uur) begon de tweede dag met een plenaire sessie over het governance voorstel waar gisteren ook een sessie aan was gewijd. Een draft van de proposal wordt besproken. Het is wat taaie stof, maar wel noodzakelijk om doorheen te gaan. De voorgestelde amendementen opd e versie van gisteren werden alle met algemene stemmen aanvaard. De planning is nu om een definitieve versie eind oktober door alle aangesloten leden middels een handtekening te laten bekrachtigen.
Deze plenaire sessie werd gevolgd door een presentatie van een nieuwe “loot” aan de Creative Commons boom: ccLearn. ccLearn richt zich op alle licentiezaken die te maken hebben met open leermateriaal. Ze bestaan sinds juli 2007 en zijn o.a. gefinancierd door de Hewlett Foundation. In de presentatie werd gepresenteerd welke plannen ze hebben. Meer informatie over ccLearn is te vinden op de website van CC.
Voor de hierop volgende parallelsessie (de laatste voor de lunch) was de keuze moeilijk. Brent Lambert en David Ray van Utah State University gaven een presentatie over eduCommons 3.0 (de nieuw te releasen versie). Omdat ik in de lunchpauze zal aansluiten bij een vergadering tussen de eduCommons ontwikkelgroep en de usergroup heb ik gekozen voor een sessie van de OU-UK: Learning from our learners’ experiences. In deze presentatie werd aangegeven op welke wijze de OU UK data over gebruik en effect verzamelen. Ik vond dat totaalplaatje indrukwekkend. Wij kunnen veel van de ideeën die ze hierover hebben gebruiken. In de presentatie werden demonstraties gegeven van tools die lerenden bij OpenLearn gebruiken, veelal ontwikkeld in hun eigen KMI lab.
Na de lunch ging ik naar de presentatie van Steve Carson (MIT): Documenting the Benefits of OCW. De hamvraag waar hij op inging was: Wie gebruikt het leermateriaal en hoe? Steve beschreef het proces van hoe vanuit de missie de doelstellingen geformuleerd werden en hoe van daaruit het evaluatie raamwerk werd geconstrueerd. Hij maakt veel gebruik van surveys die soms verrassende uitkomsten gaven (veel minder opleiders dan verwacht gebruikten het materiaal en 1/3 daarvan gaf aan het materiaal te gebruiken voor eigen ontwikkeling en niet voor hergebruik van leermateriaal). Als tip gaf hij: gebruik de verzamelde data om steeds andere surveys te maken ipv steeds dezelfde survey en te wachten tot de data veranderen. Hij onderzoekt ook de voordelen van het gebruik voor de gebruikers. Om dit te communiceren maakt hij gebruik van de feedback die gebruikers geven. Een opmerkelijke feedback gebruikt hij dan om een voordeel te illustreren.
Een leuke quote om te onthouden (afkomstig van Tim Berners-Lee, de founding father van het world wide web) “80% of the value of the Web is how people make use of it in an unanticipated way”.
De laatste parallelle presentatie die ik bezocht was van Andy Lane van de OU-UK met de wat mysterieuze titel “Whither content: the travels and travails of re-purposed OERs”. Zijn praatje was een aanvulling op de voordracht van vanochtend van de OU-UK. Enkele highlights hieruit:

  • Meer en meer wordt content toegevoegd die door gebruikers gegenereerd is, veelal met de tools die Learning Space biedt. Denk aan knowledge maps, public Flashmeetings en (binnenkort) vodcasts.
  • Effectmetingen gaven aan dat hun tools ettelijke 100-den tot ettelijke duizenden malen gedownload werd. Content van de OU-UK is ook te vinden op Youtube, NetVibes, Flickr en MySpace (geplaatst door de OU-UK om via dat kanaal ook bekendheid te krijgen voorhun open leermateriaal; een uitstekend idee!).
  • Er zijn 1300 postings in de forums en ongeveer 900 learning journal entries.

De plenaire afsluiting bevatte een viertal korte presentaties van ideeën en een afsluitend woord van John Dehlin. ‘s Avonds uiteraard weer een diner met (verrassing) Oostenrijkse witte wijn!

OCWC congres, 24-9 middag en avond

Logan in fallNa de lunch was er allereerst een plenaire presentatie over een onderwerp waar we in Nederland wat minder mee bezig lijken te zijn dan met name in de USA: toegankelijkheid van materiaal voor mensen met een handicap. Dit is in de USA geregeld in ADA-101 (ADA=Americans with Disabilities Act) en Section 508 of the Rehabilitation Act. Een voorbeeld van een richtlijn: een publieke instelling moet een gehandicapte student binnen 48 uur na aanvraag gelijkwaardig materiaal leveren als aan niet-gehandicapte studenten. Schatting van de spreker: 95% van het open materiaal mag wettelijk niet worden gebruikt door Amerikaanse publieke instellingen (in de States) omdat ze niet voldoen aan de richtlijnen van deze wet. Als dit probleem niet wordt opgelost, dan zou dat de doodssteek kunnen zijn voor de open content beweging in de USA en dat heeft dan ook wereldwijd gevolgen. USA is de (zelfbenoemde) leider van de open content beweging. Wie gaat die rol overnemen als ze er niet in slagen dit probleem op te lossen? De sprekers riepen op tot spoedige actie in dezen en vergeleken dit probleem met de copyright-issues waar de eerste jaren van de open content beweging veel aandacht aan werd geschonken. Wat mij er weer aan herinnert dat onze OpenER-site nog wel wat aanpassingen kan gebruiken om ook voor (met name) blinden toegankelijk te zijn.
Hierna was ik aan de beurt om in een parallelsessie mijn presentatie te geven. De belangstelling was mager, maar de presentatie was erg interactief. Er werden veel vragen gesteld en discussies kwamen er over doelgroep en voortzetting. Bij de aanwezige Amerikanen was er veel verbazing over de lage kosten die een individuele student voor een studie moet maken in vergelijking tot bij hen in de USA. Uiteraard heeft dit met de verschillende financieringsvormen te maken in beide landen.
De laatste sessie van de dag ging over een steeds terugkerend thema: de sustainability, ofwel “is er leven na de subsidie”. Nieuwe ideeën en ontwikkelingen ten opzichte van de vorige keren:

  • MIT heeft op de vraag in hun survey of hun OCW-project daadwerkelijk een overgang naar formeel onderwijs tot gevolg heeft uitgevonden dat rond 30% inderdaad naar een MIT-programma voor distance learning is gegaan. Dit is evidence, geen hard bewijs, maar is wel consistent met de gegevens die wij ook uit onze enquetes hebben verzameld. Een gevolg zou dan zijn dat hiermee een financiering vanuit wervingsgelden te verdedigen is.
  • Het MIT heeft op hun website de mogelijkheid geschapen voor het doen van donaties door bezoekers en het sponsoren door bedrijven. Mogelijk voor ons ook bruikbaar als idee met de bezoekersaantallen die we hebben, maar hierbij moeten we wel rekening houden met de financieringsverschillen voor universiteiten in de USA en bij ons. In de USA zijn mensen het gewend te doneren. Hier zal daar vreemd tegenaan worden gekeken door met name particulieren.

De dag werd afgesloten met een diner in een eetcafe in Logan. Een ongedwongen omgeving waar het goed toeven was.

OCWC congres, 24-9 ochtend

Logan in fall Zo, de kop is eraf. Na een inleiding van John Dehlin, de directeur van het Open Courseware Consortium (OCWC) was er een plenaire sessie over het Governancemodel dat momenteel voor OCWC wordt ontwikkeld door een taskforce. Doordat er nu ruim 300 organisaties lid zijn van OCWC moeten zaken als stemrecht, bestuur en bevoegdheden worden vastgelegd en (in oktober) aan de leden ter goedkeuring worden voorgelegd.
Na deze openingssessie heb ik een tweetal parallelsessies gevolgd. De eerste was van de ervaringen en werkwijzen van het MIT bij het regelen van rechten voor te publiceren open content. Een paar highlights hieruit die ook voor ons te gebruiken is:

  • Bij onderhandelingen met uitgever wordt al geregeld dat toekomstig gebruik in open content is toegestaan.
  • Ze zien een trend dat uitgeverijen langzaam meer begrip krijgen voor open content en dat ze daar ook wel aan willen meewerken.
  • Je mag best een onderdeel hebben (zoals een plaatje) waar een restrictie op hergebruik zit (bv dat je dan bij de oorspronkelijke rechthebbende toestemming voor hergebruik vraagt).

De tweede parallelsessie kwam van een medewerkster van de Tufts University. Bij ons zou ze “projectleider OpenER” heten met dit verschil dat het bij hen al de projectfase voorbij is. Haar belangrijkste boodschap was dat hetzelfde Content Management System (CMS) gebruiken voor zowel de reguliere cursussen als voor de open content erg efficient werkt. Niet zo verwonderlijk. Ze hebben een eigengemaakt CMS, TUSK. En dus zit ik de rest van de dag met de gelijknamige hit van Fleetwood Mac in mijn hoofd.

Congressen in Utah

Picture by gurdonarkNa een vlucht van 19 uur ben ik gisteren (of was het nou vandaag ;-)) in een regenachtig Salt Lake City aangekomen. Deze week woon ik in Logan (ongeveer 80 mijl noordelijk van Salt Lake City) een tweetal congressen bij over Open Educational Resources. Maandag en dinsdag is de halfjaarlijkse bijeenkomst van het Open Courseware Concortium. Ik zal daar een presentatie geven van OpenER (Open Educational Resources in the Netherlands: Past, present and future). Tevens de gelegenheid voor vele ervaringsuitwisselingen. Woensdag tot en met vrijdag is het jaarlijkse congres bij de Utah State University. Hier komen allerlei topics, met name vanuit een onderzoeksperspectief aan bod. Naast organisatorische ook onderwijskundige aspecten. Ik zal proberen de komende dagen mijn indrukken op deze plek weer te geven. Stay tuned!

Seks en de biodiversiteit

Picture by OrcooNee, dat is niet de titel van een opvolger van Sex and the city, maar een combinatie van twee titels van de meest recente toevoegingen aan het aanbod van OpenER (I just wanted to get your attention ;-)).
Seks en de evolutie is een vervolg op de eerder verschenen cursus Evolutie voor psychologen. Evenals die laatstgenoemde cursus is deze cursus volledig webgebaseerd. In de cursus wordt de relatie tussen man en vrouw onder de loep genomen vanuit het perspectief van de evolutietheorie. In de evolutionaire geschiedenis van de mens zijn de belangen van beide seksen verstrengeld. Hoe beïnvloedt dit ook nu nog de verhoudingen tussen man en vrouw in hun dagelijks leven?
De cursus Biodiversiteit: de menselijke voetafdruk is de eerste lezing die in het aanbod voorkomt. Naast de reguliere “kern”-cursussen, waarbij zelfstudie leermateriaal wordt aangeboden inclusief zelftoetsen is al eerder in dit experiment bedacht ook andere vormen van “kennisverpakkingen” via dit kanaal aan te bieden. Al eerder was de cursus Focus op natuurwetenschappen in de vorm van een leeswijzer bij het boek van Bill Bryson gepubliceerd door Johan van Rhijn van MW. Johan is ook de auteur van de lezing over biodiversiteit. In een lezing van ongeveer 40 minuten, geïllustreerd door een Powerpoint presentatie, krijgt de belangstellende cursist een inleiding op het begrip Biodiversiteit. Op het moment van schrijven van deze post is de cursus alleen nog zichtbaar achter een wachtwoord. Johan doet een finale check en na zijn goedkeuring wordt de cursus vrijgegeven.
En tenslotte kwam vandaag ook een toets beschikbaar bij de cursus Psychologie, een eerste kennismaking. Er zijn vrijdagen die minder productief zijn!

Jong en begaafd

Picture by CatDancing Zoals sommigen weten woon ik in Venlo. Dat betekent een enkele reis via de Duitse Autobahn van minimaal een uur. Het voordeel van die reis is minimaal een uur de rust om na te denken over allerlei zaken. De afgelopen week ging dat nadenken over de toevalligheid van een aantal berichten rond eenzelfde thema: (hoog)begaafde kinderen.
Een 14-jarige jongen die in Groningen begint aan een studie Technische natuurkunde, de start van een basisschool voor hoogbegaafde kinderen in mijn woonplaats, het eerder gegeven bericht over de 14-jarige jongen die zich heeft gemeld voor een toets Starten met programmeren, de 17-jarige VWO-scholier die de pers haalde met een eindexamen met alleen maar 10-en en 9-ens (en die de wens had buschauffeur te worden), de broertjes Arthur en Lucas Jussen aan de piano (10 resp. 14 jaar).
Beide broertjes kwamen ook voor in een TV-uitzending van vorig jaar “Help, ik heb talent!”. En die titel zegt voldoende over de problemen die deze jonge mensen ondervinden. Waar in het Nederlandse onderwijssysteem (terecht) veel aandacht wordt geschonken aan leerlingen die niet of moeilijk kunnen meekomen, was de aandacht voor degenen die veel beter dan gemiddeld presteren erg gering. Ad-hoc oplossingen van goedwillende scholen waren veelal de hoogst bereikbare maatregelen wanneer een school zich geconfronteerd zag met deze leerlingen. Maar structureel beleid was afwezig. “Was”, want de laatste jaren is een kentering te zien. De aanname “die kinderen redden zich wel” is verkeerd en dat wordt gelukkig ook onderkend.
In de auto bedacht ik dat OpenER hier mogelijk ook een rol kan gaan spelen. We hebben al het OSB-initiatief lopen in de regio. Waarom dit in de toekomst niet uitbreiden naar heel Nederland? Studiemateriaal in OpenER, virtuele begeleiding er rond omheen. Talent gaat dan minder verloren. Voor Nederland Kennisland erg belangrijk.
En laten we dan ook bij het RdMC ons eens bezighouden met deze problematiek. Omgaan met talenten in de klas schittert tot nu toe door afwezigheid in de RdMC-producten.

OpenER gaat door!?

Picture by loryan Vorige week is overlegd met het CvB over of en zo ja hoe OpenER zal worden voortgezet in 2008. Zoals bekend eindigt einde van dit jaar de projectsubsidie en daarmee ook het experiment. Er ligt dan een website met vele korte cursussen, bekendheid bij een steeds grotere groep gebruikers over het bestaan van deze gratis cursussen, resultaten van effectmetingen onder de gebruikers en inzichten in wat dit experiment betekent voor de OU intern (met name: wat komt er nu kijken bij het maken van een OpenER-cursus?).
Op basis van de ervaringen tot nu toe en met name de positieve reacties uit de buitenwereld is door het CvB uitgesproken er alles aan te doen om verantwoord door te gaan met het huidige experiment, in ieder geval in een minimumvariant. Er zal worden gezocht naar financieringsbronnen, zowel extern als intern. Bij dat minimum moet worden gedacht aan 10 à 15 korte cursussen die per jaar zullen worden toegevoegd. Een model waaraan gedacht kan worden: bij revisie van een bestaande cursus of realisatie van een nieuwe cursus wordt ook een OpenER-variant gerealiseerd. Dit zal naar verwachting een geringe meerinspanning zijn, vergeleken met de inspanning voor het realiseren van de reguliere cursus.
Doorgaan met deze minimumvariant geeft ook de tijd te zoeken naar andere gebruiksmogelijkheden van dit laagdrempelige publicatiekanaal. Een mogelijke uitbreiding kan samen met de KNAW en Teleac gerealiseerd worden (zie eerdere post). En, niet minder belangrijk: mocht ooit besloten worden alle materiaal voortaan vrij beschikbaar te maken, dan zijn we er klaar voor. Een dergelijk besluit zal echter consequenties hebben voor de overheidsfinanciering (die moet compensatie bieden voor de gederfde inkomsten).

Nooit te jong om te leren

Picture by loryan Hoe goed je alles ook doordenkt, de praktijk achterhaalt je altijd wel.
Zojuist werd ik gebeld door Walter Bazen. Er was een aanmelding voor een toets van OpenER binnengekomen van een 14-jarige kandidaat (niet verrassend: voor Starten met programmeren). Mag deze aanmelding geaccepteerd worden? Tsja, en daar sta je dan met je goede gedrag (zou mijn vader hebben gezegd). Dit had niemand voorzien toen we eerder dit jaar met het realiseren van de toetsmogelijkheid bij OpenER bezig waren.
Bij het OSB-project (waar middelbare scholieren OU-cursussen kunnen doen en daarover tentamen kunnen afleggen) worden de behaalde certificaten vastgehouden tot ze 18 jaar zijn. In het Studentenstatuut van de OU staat wel een minimum leeftijd van 18 jaar genoemd voor inschrijving als student voor een WO Bacheloropleiding, die gebruik wenst te maken van onderwijs- en examenvoorzieningen. Deze leeftijd staat ook genoemd voor iedereen die zich wil inschrijven om cursussen te bestellen. Bij OpenER gaat het echter om een niet-reguliere cursus (die ook niet hoeft te worden aangeschaft) en zijn de certificaten ook “slechts” 25 uur waard (in plaats van de 100 of 200 uur zoals bij het OSB-project). Het eerste roept de vraag op “geldt het studentenstatuut ook voor toetsen bij een OpenER-cursus”, het tweede aspect vind ik ondersteunend voor het niet stellen van een leeftijdsgrens. Voer voor juristen!
Los van dit alles: ik vind het verrassend, maar ook wel plezierig dat we met OpenER blijkbaar onvermoede doelgroepen bereiken. Zo ontving ik onlangs een mail van een 79-jarige die zich afvroeg of hij het materiaal voor Literair lezen voor leesgroepen in bejaardenhuizen mocht kopiëren, inbinden en tegen kostprijs mocht verkopen (hetgeen volgens de Creative Commons licentie inderdaad is toegestaan). Een vraag die bij mij wel opkomt is echter: waarom bestaat voor inschrijving aan de OU de minimumleeftijd van 18 jaar? Van nabij ken ik een persoon van (toen) 16 jaar die aan de TU in Delft werd ingeschreven zonder dat daar enig probleem van werd gemaakt.