Na de lunch was er allereerst een plenaire presentatie over een onderwerp waar we in Nederland wat minder mee bezig lijken te zijn dan met name in de USA: toegankelijkheid van materiaal voor mensen met een handicap. Dit is in de USA geregeld in ADA-101 (ADA=Americans with Disabilities Act) en Section 508 of the Rehabilitation Act. Een voorbeeld van een richtlijn: een publieke instelling moet een gehandicapte student binnen 48 uur na aanvraag gelijkwaardig materiaal leveren als aan niet-gehandicapte studenten. Schatting van de spreker: 95% van het open materiaal mag wettelijk niet worden gebruikt door Amerikaanse publieke instellingen (in de States) omdat ze niet voldoen aan de richtlijnen van deze wet. Als dit probleem niet wordt opgelost, dan zou dat de doodssteek kunnen zijn voor de open content beweging in de USA en dat heeft dan ook wereldwijd gevolgen. USA is de (zelfbenoemde) leider van de open content beweging. Wie gaat die rol overnemen als ze er niet in slagen dit probleem op te lossen? De sprekers riepen op tot spoedige actie in dezen en vergeleken dit probleem met de copyright-issues waar de eerste jaren van de open content beweging veel aandacht aan werd geschonken. Wat mij er weer aan herinnert dat onze OpenER-site nog wel wat aanpassingen kan gebruiken om ook voor (met name) blinden toegankelijk te zijn.
Hierna was ik aan de beurt om in een parallelsessie mijn presentatie te geven. De belangstelling was mager, maar de presentatie was erg interactief. Er werden veel vragen gesteld en discussies kwamen er over doelgroep en voortzetting. Bij de aanwezige Amerikanen was er veel verbazing over de lage kosten die een individuele student voor een studie moet maken in vergelijking tot bij hen in de USA. Uiteraard heeft dit met de verschillende financieringsvormen te maken in beide landen.
De laatste sessie van de dag ging over een steeds terugkerend thema: de sustainability, ofwel “is er leven na de subsidie”. Nieuwe ideeën en ontwikkelingen ten opzichte van de vorige keren:
- MIT heeft op de vraag in hun survey of hun OCW-project daadwerkelijk een overgang naar formeel onderwijs tot gevolg heeft uitgevonden dat rond 30% inderdaad naar een MIT-programma voor distance learning is gegaan. Dit is evidence, geen hard bewijs, maar is wel consistent met de gegevens die wij ook uit onze enquetes hebben verzameld. Een gevolg zou dan zijn dat hiermee een financiering vanuit wervingsgelden te verdedigen is.
- Het MIT heeft op hun website de mogelijkheid geschapen voor het doen van donaties door bezoekers en het sponsoren door bedrijven. Mogelijk voor ons ook bruikbaar als idee met de bezoekersaantallen die we hebben, maar hierbij moeten we wel rekening houden met de financieringsverschillen voor universiteiten in de USA en bij ons. In de USA zijn mensen het gewend te doneren. Hier zal daar vreemd tegenaan worden gekeken door met name particulieren.
De dag werd afgesloten met een diner in een eetcafe in Logan. Een ongedwongen omgeving waar het goed toeven was.