In de vorige post heb ik aangegeven hoe binnen Wikiwijs geprobeerd wordt de zoek- en vindbaarheid van leermateriaal te vergroten. Daar ging het om de kwaliteit van de beschrijvingen van dat leermateriaal (de metadata). In deze post wordt uitgelegd hoe we binnen Wikiwijs omgaan met de kwaliteit van de leermaterialen zelf.
Het uitgangspunt voor Wikiwijs is dat we geen kwaliteitseisen stellen aan het leermateriaal zelf. Onze mening is dat docenten die leermateriaal vinden uitstekend in staat zijn die beoordeling zelf te doen. Daarbij komt ook dat wat de een kwalitatief goed materiaal vindt voor een ander, bijvoorbeeld door een andere context waarin dat materiaal gebruikt moet worden, kwalitatief onder de maat is.
Een uitzondering hierop betreft materiaal waar aantoonbaar rechtenschending heeft plaatsgevonden of dat aanstootgevend is. Dat materiaal (of de verwijzing ernaar) verwijderen we of we stellen de collectie-eigenaar daarvan in kennis wanneer het materiaal uit een collectie buiten Wikiwijs betreft.
We bieden wel een aantal functies om kwaliteit van leermateriaal zichtbaar te krijgen. Zo zijn gebruikers in staat aan leermateriaal één tot vijf sterren toe te kennen (één = ondermaats, vijf = uitstekend). Tevens kan een gebruiker een review schrijven waarin wat uitgebreider de voor- en nadelen van het materiaal en het gebruik ervan kan worden aangegeven. In deze functies komt de wiki-gewijze gedachte (samenwerken aan beter materiaal) naar voren.
Daarnaast hebben we een systeem van keurmerkgroepen bij Wikiwijs. Een keurmerkgroep is een groep, organisatie of onderwijsinstelling die leermateriaal kan voorzien van een keurmerk. Om een keurmerk te verkrijgen zal het leermateriaal moeten voldoen aan kwaliteitseisen die de keurmerkgroep oplegt aan leermateriaal. Zo zou de Stichting Dyslexie Nederland kunnen fungeren als keurmerkgroep om vanuit hun gezichtspunt (is leermateriaal geschikt voor gebruik door dyslectische leerlingen) leermateriaal beoordelen op hun kwaliteitsaspecten en bij voldoen eraan een keurmerk toekennen.
De kwaliteitseisen die een keurmerkgroep stelt zijn ook in te zien door gebruikers van het leermateriaal, zodat voor de gebruiker duidelijk wordt aan welke eisen het materiaal voldoet. Het leermateriaal dat een keurmerk verkrijgt hoeft niet per se ook door de betreffende keurmerkgroep te zijn gecreëerd of door hen te worden onderhouden. Wanneer een keurmerk aan leermateriaal is toegevoegd zal dit zichtbaar zijn wanneer het leermateriaal getoond wordt (bijvoorbeeld in een lijst met zoekresultaten voor een gebruiker). In de toekomst zal het mogelijk worden om binnen Wikiwijs op een keurmerk of een combinatie van keurmerken te zoeken.
De uitdaging voor Wikiwijs is dit proces van zichtbaar krijgen van kwaliteit van leermateriaal op gang te krijgen. Wanneer dat gelukt is zal kwalitatief goed materiaal (dwz dat materiaal waarvan gebruikers aangeven dat het goed materiaal is) “vanzelf” boven komen drijven. Kieskeurig.nl is dat ook gelukt voor consumptiegoederen. Zo ben ik aan mijn Siemens espressoapparaat gekomen (dat naar volle tevredenheid functioneert).
Author Archive: Robert
Zoeken én vinden in Wikiwijs
Het overgrote deel van de content in Wikiwijs zit in collecties buiten Wikiwijs, maar wordt vindbaar gemaakt binnen Wikiwijs. Er zijn grofweg twee manieren waarop de beschrijving van de content (de metadata) binnen Wikiwijs aanwezig is: ofwel verzameld (geharvest) door een harvester (Edurep van Kennisnet), ofwel doordat in de database van Wikiwijs de content (voor content in de Wikiwijs database) of een verwijzing naar de content (voor content elders) staat beschreven.
Gebruikers van Wikiwijs ondervinden bij het zoeken naar content onder andere de volgende meest voorkomende problemen:
- De verwijzing is een “dode link” of komt op een pagina waar vandaan het onduidelijk is hoe je bij de gezochte content komt.
- Om de content te kunnen gebruiken moet eerst ingelogd worden.
- De content blijkt niet vrij beschikbaar te zijn. Er moet voor worden betaald.
- De content is een verwijzing naar niet-digitaal materiaal wat je dan moet bestellen.
Deze problemen hangen deels samen met incorrecte of onvolledige beschrijvingen van de content. We hebben binnen Wikiwijs de meeste collecties die door Edurep geharvest worden steekproefsgewijs gecontroleerd op de aanwezigheid van dode links en onjuistheden in de beschrijving van de leermaterialen. Op basis van de resultaten zijn aanbevelingen opgesteld voor de betreffende collectiehouders hoe ze de kwaliteit van hun metadata kunnen verbeteren. Tevens zijn enkele collecties niet meer vindbaar gemaakt binnen Wikiwijs en die toestand blijft intact totdat hun metadata verbeterd is.
Verder gaan we werken aan een systeemfunctie die periodiek van alle verwijzingen nagaat of ze nog correct zijn. Niet-correcte verwijzingen zullen dan niet meer getoond worden in een zoekresultaat.
Om het inlogprobleem te verminderen worden collectie-eigenaren de komende tijd benaderd om hun inloggen te laten verlopen via Entree. Daarmee kan een gebruiker met één account inloggen bij ieder van die collecties.
Het zichtbaar krijgen van niet-digitaal leermateriaal in de zoekresultaten zal worden aangepakt door als default in de zoekmachine in te stellen dat alleen digitaal materiaal wordt getoond. Een gebruiker kan die instelling dan wijzigen als hij/zij dat wil.
Dat ook niet-open content getoond wordt tenslotte is op zich geen ramp, zolang het voor de gebruiker maar duidelijk is dat hij/zij deze resultaten kan verwachten. Er bestaat wel de mogelijkheid alleen gratis materiaal te tonen, maar die optie moet een gebruiker bewust kiezen.
In een volgende blogpost ga ik dieper in op hoe Wikiwijs omgaat met de kwaliteit van de content zelf.
Wikiwijs 1.0 gelanceerd
Op 1 september jongstleden is de eerste volledige versie van Wikiwijs gelanceerd, omgeven met veel publiciteit. Voor het hele Wikiwijsteam was dit een spannend moment. Uiteraard levert zo’n lancering achter de schermen nog veel last-minute werk op om de laatste puntjes goed op de i te krijgen, maar dat hoort er nu eenmaal bij.
Als projectleider Content ben ik vooral benieuwd naar hoe de leerlijnenoptie die nu in Wikiwijs aanwezig is ontvangen gaat worden. Het is nu mogelijk om leerlijnen op te gaan zetten of bestaande (voorbeeld) leerlijnen aan te passen voor de vakken Rekenen en Taal in het PO, Nederlands in VO/MBO en Wiskunde Onderbouw in het VO. Ik schreef hier al eerder over. Het is nu zaak dat zoveel mogelijk collectiehouders waarvan de leermaterialen vanuit Wikiwijs vindbaar zijn de “leerlijnvocabulaires” gaan implementeren in hun repository en hun materialen ermee gaan metadateren. Verder zullen er de komende weken meer voorbeelden van leerlijnen binnen Wikiwijs gemaakt worden. Met name Linda le Grand van het Innovatieplatform VO van de VO-Raad is erg actief geweest op dit gebied. Ze was een welkome steun voor me de afgelopen periode op dit terrein.
De komende maanden zal worden onderzocht of en hoe leerlijnen in Wikiwijs worden gebruikt. Tevens zal verder worden ontwikkeld aan het beschikbaar laten komen van leerlijnvocabulaires voor andere vakken. Maar er is nu een eerste begin. Of dit kattengespin of een daalder waard is mag het veld beoordelen.
NL-LOM, een nieuwe standaard
In Nederland bestaan er diverse standaarden voor het metadateren van leermateriaal. De twee meestgebruikte zijn het Content Zoekprofiel (CZP) en Lorelom. CZP is vooral bestemd voor PO, VO en MBO, terwijl Lorelom voor het HO is ontwikkeld. Beide zijn afgeleid van de IEEE-LOM standaard.
Onder andere door de komst van Wikiwijs, waar alle onderwijssectoren bediend moeten gaan worden, kwam er de roep om beide standaarden te harmoniseren tot één standaard voor het gehele onderwijsveld. De afgelopen maanden heeft een projectgroep met vertegenwoordigers van o.a. Kennisnet, SURF en SLO zich hiermee beziggehouden. Hun planning was medio juni met een nieuwe standaard te komen en dat is ze gelukt. Hun eindrapport werd gisteren verstuurd (ongeveer op het tijdstip dat Arjan Robben scoorde tegen Uruguay).
Zaak is nu deze standaard geïmplementeerd te krijgen. Dat betekent onder meer dat organisaties die reeds een collectie leermaterialen hebben hun systemen moeten aanpassen aan de nieuwe standaard. Tevens moet met name voor het HO nu gewerkt worden aan de ontwikkeling van vocabulaires (waardenlijsten voor velden uit NL-LOM) voor enkele velden, zoals vakgebieden.
Daarnaast zal ook de roep om meer intelligente wijzen van labeling van leermaterialen steeds luider klinken (waarbij metadata automatisch afgeleid wordt uit de inhoud van het leermateriaal). Voor informatiekundigen (waartoe ik mezelf ook reken) worden het spannende tijden!
De versie die gisteren is rondgestuurd (en waarop ongetwijfeld nog amendementen zullen komen) is hier te downloaden.
OER en hergebruik
Alweer ruim een week terug van de jaarlijkse conferentie van het Open Courseware Consortium, ditmaal gehouden in Hanoi. In eerdere berichten heb ik regelmatig al gemeld dat het sustainability-vraagstuk voor OER-projecten (“Is er leven na de initiële projectsubsidie?”) een steeds terugkerend item is en deze conferentie was daar geen uitzondering op. Er is echter een tweede vraag die steeds terugkeerde: “worden de gepubliceerde OERs nu daadwerkelijk (her)gebruikt?”. Immers, er wordt veel energie gestoken in het beschikbaar stellen van OER door vele partijen, maar er is eigenlijk heel weinig bekend over wat er nu precies met al die open leermiddelen gebeurt. Het MIT doet regelmatig onderzoek hiernaar en over hun collectie met OERs is daarom redelijk wat bekend over de mate van hergebruik. Dat inzicht is bij andere collecties echter niet aanwezig en het zomaar extrapoleren van de resultaten van MIT naar andere verzamelingen roept op zijn minst enkele methodische vragen op.
In Hanoi kreeg ik ook een paper in mijn mailbox dat verslag doet van een onderzoek naar daadwerkelijk behaalde voordelen van en uitdagingen voor OER in Hoger Onderwijs. Het onderzoek bestond uit een literatuurstudie en een aantal gestructureerde interviews met vertegenwoordigers van enkele OER-projecten (waaronder ondergetekende over het OpenER-project). Een aantal resultaten uit dit onderzoek:
- OER reduceert de kosten voor het ontwikkelen van digitaal leermateriaal niet. Het heeft addtionele funding nodig. Indirect wordt wel inkomsten gemeld door toename van aantal inschrijvingen en reductie van marketing kosten. Onduidelijk is echter of dit dekkend is voor de extra uitgaven. Er is echter onvoldoende bewijs dat de kosten voor materiaalontwikkeling zullen dalen als er meer OER beschikbaar komt.
- QA rust voornamelijk op twee pijlers: “pride-of-authorship” en de procedures die een instituut al heeft voor regulier cursusmateriaal.
- Er is behoefte aan systematisch onderzoek naar de mate waarin potentiële voordelen ook daadwerkelijk behaald worden. Dit omvat onder andere ook de mate waarin de OER daadwerkelijk wordt hergebruikt.
De paper is hier te downloaden. Er is ook een presentatie over gemaakt, te bezichtigen in Slideshare (beide verwijzingen openen in een nieuw venster)
OER en boeken
De afgelopen paar dagen was ik in Brazilië om over het ontstaan en de aanpak van het programma Wikiwijs te vertellen. Naast mij waren er ook verhalen over Connexions (Rice University) en Flatworldknowledge. Tevens een project uit Brazilië zelf rondom creatie van OER.
Opvallend bij die andere projecten was dat het daar om tekstboeken ging. Flatworldknowledge heeft een (naar het lijkt duurzaam) businessmodel rondom OERs waar ze tekstboeken vrij beschikbaar hebben, maar waar ook tegen betaling allerlei verschijningsvormen van een tekstboek gekocht kan worden (tot en met een elektronische voor allerlei e-books). Idem bij Connexions, waar een gebruiker via een printing on demand het boek van zijn of haar keuze geprint en thuisbezorgd kan krijgen voor een zeer redelijke prijs. “A book gives the user a certain level of comfort” was een verklaring van Rich Baraniuk toen ik hem vroeg naar het succes van juist een boek.
Tekstboeken is niet waar we bij Wikiwijs aan denken. We hebben het over digitaal leermateriaal met interactieve werkvormen en interactiviteit is bij een boek ver te zoeken. Maar moeten we bij de successen van die andere projecten niet ook deze vorm wat serieuzer in beschouwing gaan nemen? Kan een boek in digitale vorm niet ook animaties en andere vormen van interactiviteit gaan bevatten? Het overdenken waard!
Leerlijnen in Wikiwijs
Sinds de laatste blogpost is er op OER-gebied veel gebeurd. Ik zal hier na de mediastilte van de afgelopen maanden in de komende tijd weer regelmatig over berichten. Netwerk Open Hogeschool, het OERNed onderzoek, ShareTEC en Wikiwijs. Deze post gaat over leerlijnen in Wikiwijs, het onderwerp wat mij het meeste heeft beziggehouden.
SLO (stichting LeerplanOntwikkeling) heeft de volgende definitie aan leerlijnen gegeven (bij mijn weten de eerste, maar ik heb daar geen diepgaand onderzoek naar gedaan): “Een leerlijn is een beredeneerde opbouw van tussendoelen en inhouden naar een einddoel”. Laat nog veel ruimte over voor interpretatie (zoals “waar eindigt een lessenreeks en begint een leerlijn?”), maar is zeker werkbaar voor het doel waarvoor ik het binnen Wikiwijs wil gebruiken: het aanbrengen van een ordening in de “bak” met leermaterialen.
De problematiek speelt met name in het PO, VO en (in iets mindere mate) het MBO. De overheid heeft op een globaal niveau kerndoelen voor ieder vak geformuleerd en de taak van een docent is de leerlingen een zodanig programma voor te schotelen dat uiteindelijk alle kerndoelen behaald zijn. Voor de meeste docenten biedt de commerciële methode daarvoor voldoende garantie. Wanneer echter substantiële delen van zo’n methode vervangen gaat worden door eigen gemaakt of gearrangeerd leermateriaal, dan moet “iets” de docent de zekerheid geven dat ook dan de kerndoelen gedekt zijn. Die zekerheid moet een leerlijn bieden. Bij een leerlijn worden de kerndoelen vertaald in hele concrete leerdoelen (vaak tot op lesniveau) en worden te behandelen begrippen aan die leerdoelen gekoppeld. Door vervolgens aanwezig leermateriaal te oormerken (metadateren) met welke leerdoelen en begrippen behandeld worden wordt het voor een docent duidelijk hoe het leermateriaal past in een programma.
Er spelen veel onderwijskundige issues bij het samenstellen van een leerlijn, zoals de visie op onderwijs, de werkvormen en de didactiek. Om als informatiekundige grip op de problematiek te krijgen heb ik het geheel vertaald (“platgeslagen”?) in een datastructuur. Met behulp van een “good old” Entity-Relationship Diagram ziet het er dan als volgt uit (waarbij een pijl een 1:n (pijlpunt:pijlstaart) relatie weergeeft):

Concreet komt het er nu op neer de waardenlijsten (vocabulaires) die voor een vak op een niveau (bv. HAVO onderbouw) bij de leerdoelen, begrippen en de combinatie leerdoel/begrip horen op te leveren. Dat is het minimale instrumentarium dat nodig is om vervolgens waarden uit die waardenlijsten te koppelen aan aanwezige leermaterialen. De komende maanden is gepland dat voor een aantal vakken te gaan doen zodat in september de eerste leerlijnen, gevuld met leermaterialen, zichtbaar zullen zijn.
Wijs zonder wiki
Met name na de lancering van Wikiwijs op 14 december kwamen veel reacties via allerlei kanalen. Positief, maar ook kritisch en soms ronduit negatief. De meeste kritiekpunten hadden we als programmateam al ingecalculeerd en waren voor een groot deel ook terecht. Door de tijdsdruk die er op het project lag (dit kalenderjaar moest er “iets” online) lag het voor de hand dat nog lang niet alles perfect werkt. Deze proeffase dient dan ook ervoor dingen uit te testen en op basis van de ervaringen het platform verder uit te breiden en te verbeteren, zowel qua functionaliteit als qua inhoud.
Eén punt van kritiek begrijp ik echter niet. In diverse bronnen werd de verbazing geuit dat het geen wiki was. Uiteraard verwacht je een wiki bij een naam als Wikiwijs. In eerdere bronnen (het programmaplan en de initiële studie van CapGemini) is echter al aangegeven waarom we wel de wiki-gewijze gedachte implementeren (gezamenlijk werken aan leermateriaal), maar waarom we daarvoor niet voor een wiki-platform hebben gekozen. Al direct na de lancering van het idee door Ronald Plasterk in december 2008 kwam er van verschillende kanten terechte kritiek op het feit dat gesuggereerd werd leermateriaal op een wiki-platform te gaan ontwikkelen (zie bv. de blog van Margreet van de Berg).
De keuze om niet voor een wiki-implementatie te kiezen is onder andere gebaseerd op een principe dat voor mij al 25 jaar een leidraad is bij systeemontwikkeling. De functionele en kwaliteitseisen van een systeem worden afgeleid uit de kenmerken van de processen en activiteiten die door het systeem moeten worden ondersteund. Theo Bemelmans (afgebeeld op de bijgaande foto) heeft dit principe geformuleerd in een leerboek begin jaren ’80 en sindsdien is een hele generatie informatiekundigen afgeleverd die dit principe kennen. Toch bestaat nog steeds de neiging uit te gaan van de eigenschappen van een tool wanneer het gaat om realiseren van geautomatiseerde ondersteuning voor activiteiten. Dat is wel eens geformuleerd als “wanneer je een hamer hebt lijkt ieder probleem op een spijker” (of een alternatieve formulering die ik van een oud-collega hoorde “in tijden van nood kun je aardappelen schillen met een bijl, maar handig is het niet”).
Er is een aanpak waarin de tool leading kan zijn, maar dat behelst ook het herontwerpen van de organisatie om de activiteiten zodanig uit te voeren dat de tool daarbij optimaal ondersteunt (Business Process Redesign). Dat is in het geval van Wikiwijs niet aan de orde.
Al eerder heb ik me verbaasd over de onbekendheid met dit principe in onderwijsland (voor de liefhebber: zie hier mijn bijdrage aan het liber amicorum ter gelegenheid van het emeritaat van Theo Bemelmans in 2004).
CC-BY en overheid
Met de lancering van Wikiwijs naderend in deze blogpost toch weer even een bespiegeling over de door Wikiwijs gebruikte licentie Creative Commons Naamsvermelding (CC-BY). De afgelopen weken heb ik diverse discussies gehad, zowel binnen als buiten het Wikiwijs programmateam over deze keuze.
Onderbouwing voor deze keuze is o.a. te vinden in twee documenten. Het ene document is een rapport van Paul Keller van Kennisland en Wilma Mossink van SurfDirect dat eind 2008 is uitgebracht: Hergebruik van materiaal in onderzoeks- en onderwijsomgevingen. In dat rapport (gemaakt in opdracht van Surf) wordt geadviseerd voor open leermaterialen in het hoger onderwijs voor CC-BY te kiezen als licentie met de volgende motivatie:
“Gezien de voorwaarde van SURF dat de keuze voor een licentie geen hindernissen moet opwerpen voor toekomstig gebruik van de repositories en mogelijk te ontwikkelen diensten die aangeboden worden”.
Het rapport is trouwens zeer lezenswaardig en bevat o.a. een analyse van allerlei open licentievormen en de mate van geschiktheid voor het leermaterialen.
Het tweede document is afkomstig van ccLearn: Why CC BY?. Hier is de volgende motivering te vinden om waar mogelijk voor CC-BY te kiezen:
“The CC BY license is the easiest way to ensure that your OER will have the maximum impact possible in terms of dissemination and reuse. Works licensed with CC BY can be redistributed and adapted without restriction other than attribution. This means the works can be translated, localized, incorporated into commercial products, and combined with other educational resources. CC BY allows these reuses by anyone for any purpose, all with credit to you, the original creator.”
Beide motiveringen geven dus de maximale herbruikbaarheid en verspreiding als onderbouwing. Dat betekent niet dat de discussie rondom licenties binnen Wikiwijs nu al beëindigd is. Ik verwacht hier de komende maanden en misschien jaren nog wel het een en ander. Zo is het voor mij voorstelbaar dat er zoiets komt als “CC-BY tenzij” voor leermaterialen in de Wikiwijs-repository. Het “tenzij” zou bijvoorbeeld kunnen gelden voor een foto in leermateriaal waarvan de rechthebbende het wel toestaat om te gebruiken, maar niet om het te wijzigen. De foto krijgt dan een variant van een CC-licentie (bv. CC-BY-ND. ND betekent “Non Derivative” ofwel “mag niet gewijzigd worden”). Daarnaast biedt het onderzoeksrapport van Dr. L. Guibault “Auteursrecht en Open leermiddelen” dat in juli 2009 is verschenen in opdracht van de stuurgroep van het programma ‘Stimuleren Gebruik Digitaal Leermateriaal’ nog genoeg voer voor discussies.
Wat de OER-beweging onder andere wil bereiken is het maximale hergebruik van open leermiddelen. Wikiwijs zie ik daar als een eerste stap in die richting en ik ondersteun daarom de CC-BY keuze ook van harte vanuit dat gezichtspunt bekeken. Er zijn echter meer maatregelen nodig en met name de overheid zou daarin het voortouw kunnen nemen. Eentje ligt er erg voor de hand:
Alle projecten met overheidssubsidie waarin leermaterialen worden ontwikkeld zouden in de voorwaarden moeten hebben staan dat alle leermaterialen na afloop van het project onder een CC-BY licentie beschikbaar moeten komen.
Een dergelijke maatregel zou de hoeveelheid maximaal herbruikbare open leermidelen aanzienlijk doen groeien. Overheid: durf dit aan!
(Afbeelding afkomstig van http://www.flickr.com/photos/creativecommons/ / CC BY 2.0)
Wikiwijs en CPB
Hoewel het idee voor Wikiwijs pas eind 2008 door minister Plasterk wereldkundig werd gemaakt, waren er al eerder plannen in die richting. In dat kader werd een aanvraag ingediend voor realisatie van dat plan mbv FES-gelden. Het Centraal Planbureau heeft toen alle projecten die waren ingediend, beoordeeld. Het resultaat daarvan is te vinden in een rapport dat in april 2009 is gepubliceerd en hier te vinden (verwijzing opent in een nieuw venster). Nu inmiddels de testversie van Wikiwijs gelanceerd is, is het wel aardig eens terug te kijken naar het toenmalige negatieve advies van de CPB en na te gaan of de argumenten die toen golden, in het huidige Wikiwijs nog steeds geldig zijn.
Allereerst over de besteding van de gelden. In de beoordeling werd dit omschreven als “Het grootste gedeelte van de FES-aanvraag is
bestemd voor het afkopen van de auteursrechten van bestaand digitaal lesmateriaal”. Dit zou een marktverstoring veroorzaken. Actueel is een uitgangspunt van Wikiwijs dat niet wordt betaald voor content en licenties van software niet worden afgekocht.
Ook de effectiviteit wordt negatief beoordeeld. In de termen van het oordeel “Ten eerste is het beoogde verlagende effect op het lerarentekort niet evident.”. Een terecht oordeel, omdat m.i. dat verband er helemaal niet is. Hoogstens in hele indirecte zin wanneer een redenering wordt gevolgd waarbij aantrekkelijker maken van het vak van docent zou leiden tot meer instroom bij lerarenopleidingen en een aspect van die aantrekkelijkheid is dat docenten door toepassen van digitaal leermateriaal meer plezier gaan beleven in hun vak. Dat laatste wordt wel bevestigd door een onderzoek dat onlangs in de VS plaatsvond en waarvan ik de link naar de resultaten even niet beschikbaar heb. Die houdt u nog tegoed van me. Verder wordt opgemerkt in het oordeel “Ten tweede roept dit project de vraag op of het voldoende kwalitatief hoogwaardig
lesmateriaal gaat opleveren”, onderbouwd met verwijzingen naar een ervaring in Engeland en studies naar effecten van digitaal leermateriaal op leerprestaties. In Wikiwijs is van meet af aan gemikt op grote betrokkenheid van het veld. De grote uitdaging van Wikiwijs zal worden zo spoedig mogelijk het veld zich eigenaar laten voelen van Wikiwijs. Activiteiten en maatregelen op dat aspect zijn bijvoorbeeld de site www.wikiwijsinhetonderwijs.nl, een gebruikersadviesgroep die vergaand mede de richting van ontwikkeling van Wikiwijs bepaalt en met name bemensd door docenten en veel aandacht voor communityvorming rondom de leermiddelen in Wikiwijs. Met daarnaast de aandacht voor professionalisering van docenten op ontwikkeling en gebruik van digitale leermiddelen zou dit moeten leiden tot het beoogde “Wiki-gewijze” effect waar digitale leermiddelen worden ontwikkeld en doorontwikkeld door de community, waarbij de kwaliteit steeds hoger wordt.
De ongunstige beoordeling van de efficiëntie tenslotte wordt met name onderbouwd door de plannen digitaal materiaal aan te kopen. Zoals eerder is opgemerkt is dat binnen Wikiwijs niet aan de orde.
Een reis terug in de tijd zou in dit kader wel aardig zijn. Hoe zou het voorstel zijn beoordeeld als daarin alle inmiddels opgedane ervaringen en meningen verwerkt zouden zijn. Anderszins is de negatieve beoordeling natuurlijk ook van invloed geweest bij het vormgeven van de huidige plannen. In die zin is er natuurlijk sprake van een leereffect. Of, om in de termen van JC te spreken, “Elk nadeel hep zijn voordeel”.