Vanochtend kwam ik in een twitterdiscussie met Wilfred Rubens (@wrubens) en Marco Derksen (@marcoderksen) over de vraag of een Small Private Online Course (SPOC) een vorm van open onderwijs mag worden genoemd. Wilfred was van mening van niet; ik had de mening van wel (en ik geloof dat Marco het met mij eens was). Omdat 140 karakters het lastig maakt de standpunten duidelijk over het voetlicht te krijgen hebben we afgesproken de discussie via deze blog voort te zetten.
Voor mij is het 5COE-model van Mulder & Janssen het denkmodel dat ik gebruik om open onderwijs te beschrijven. In een eerdere blogpost heb ik dat als volgt geformuleerd:
Fred Mulder en Ben Janssen hebben voor open onderwijs in het algemeen een model geformuleerd (het 5COE-model). In dat model onderkennen ze 5 componenten die ieder een bepaalde mate van openheid kunnen hebben (te bepalen door de instelling die het open onderwijs aanbiedt): aanbod (leermaterialen, services en onderwijsinspanning) en vraag (van de lerende en van de omgeving). Ze onderscheiden openheid in zowel een klassieke opvatting (openheid in tijd, plaats, programma, tempo en toegang) als een digitale opvatting (gratis toegang tot leermaterialen; toegang (maar niet noodzakelijkerwijs gratis) tot services en onderwijsinspanning voor anderen dan formeel geregistreerde lerenden; en leermaterialen beschikbaar onder een open licentie).
Beschikbaarheid onder een open licentie betekent in mijn opvatting dat een gebruiker de vijf rechten heeft die door David Wiley zijn beschreven als 5R:
- Retain – het recht om kopieën van het leermateriaal te maken, in eigendom te nemen en te beheersen (bv. download, dupliceren, opslaan en beheren)
- Reuse – het recht om leermateriaal te hergebruiken op alle mogelijke wijzen (bv. in een klas, een studiegroep, op een website, in een video)
- Revise – het recht het leermateriaal aan te passen, bij te stellen en te wijzigen (bv. door het naar een andere taal te vertalen)
- Remix – het recht om het originele of aangepaste leermateriaal te combineren met andere open leermaterialen om zo nieuw materiaal te verkrijgen (bv. door het leermateriaal in een mashup te gebruiken)
- Redistribute – het recht om kopieën van het originele leermateriaal, het aangepaste leermateriaal of remixes verder te verspreiden (bv. door een kopie van het leermateriaal aan een collega te geven).
Gebaseerd op deze beschrijving hanteer ik de volgende omschrijving van open onderwijs:
- Het leermateriaal is gepubliceerd onder een open licentie. De open licentie geeft de voorwaarden aan waaronder de gebruiker vrij is de 5R-rechten toe te passen.
- Het onderwijs voldoet aan tenminste één van de volgende kenmerken:
- Open in tijd;
- Open in plaats;
- Open in tempo;
- Open in programma;
- Open in toegang;
- Het onderwijs en de leermaterialen zijn gratis beschikbaar voor iedereen met internettoegang.
- Extra services of onderwijsinspanning (zoals het afleggen van een examen onder geconditioneerde omstandigheden of extra begeleiding van een tutor) hoeven niet gratis te worden aangeboden, zolang de lerende altijd in staat is ook zonder deze services en onderwijsinspanningen het onderwijs te volgen. Bijvoorbeeld: de MOOC-aanbieder Coursera biedt voor certificering een keuze tussen een gratis Statement of Accomplishment en een niet-gratis Verified Certificate
Wellicht niet af te leiden uit de beschrijvingen van 5COE en 5R is het vierde criterium, met name het gratis alternatief die een lerende in mijn ogen altijd moet hebben. Maar in feite is dit een gevolg van criterium 3.
Nagaan of een SPOC een vorm van open onderwijs kan worden genoemd betekent het nalopen van deze vier criteria. En dan wreekt zich het feit dat een SPOC niet goed gedefinieerd is. In de (Engelstalige) Wikipedia staat de volgende omschrijving van een SPOC:
A Small Private Online Course (SPOC) refers to a version of a MOOC (Massive Open Online Course) used locally with on-campus students. University of California -Berkeley Professor Armando Fox first coined the word in 2013 to refer to a localized instance of a MOOC course that was in use in a business-to-business context.
Strikt genomen zou een SPOC volgens deze definitie een vorm van open onderwijs mogen worden genoemd (indien het aan de vier criteria voldoet), maar ik ben het hier wel met Wilfred eens dat, door de beperking dat alleen geregistreerde on-campus studenten toegang hebben tot zo’n SPOC, het wel een hele beperkte vorm van open onderwijs is. Impliciet verwacht je bij open onderwijs dat ook toegang wordt verleend aan belangstellenden die niet geregistreerd staan als student bij de aanbiedende instelling. Wellicht zou dat criterium moeten worden toegevoegd aan de bovenstaande set.
Er zijn echter ook implementaties van een SPOC die wel toegankelijk zijn voor studenten die niet geregistreerd staan bij de aanbiedende instelling, zij het niet in onbeperkte aantallen (vandaar Small POC). Het mooiste voorbeeld vind ik de SPOC Sharia in the West van de Universiteit Leiden. Door de on-site studenten te mixen met studenten uit gebieden die voor het cursusonderwerp relevant zijn ontstaat op die wijze een international classroom. En deze opvatting van een SPOC vind ik wel degelijk een vorm van open onderwijs. Temeer omdat Marja Verstelle (Programma Manager Online and Blended Learning Bestuursbureau & Centre for Innovation Universiteit Leiden) me in een tweet het volgende vertelde:
Ofwel: het leermateriaal van de MOOC (en ik verwacht ook van de SPOC, maar dat is een aanname) komt onder een open licentie beschikbaar.
Naast het al eerder door mij aangegeven mogelijk extra criterium levert de opvatting die ik hierboven heb geformuleerd wel meer discussiepunten op:
- Waarom moet het leermateriaal per se open zijn in de 5R zin? Is gratis toegankelijk (al dan niet beperkt tot de tijdsduur van de cursus) niet al voldoende? (Open beschikbaar stellen van de leermaterialen zou op zijn minst een streven moeten zijn. Wellicht kan dat niet voor alle gebruikte materialen, maar het helpt om een grotere verspreiding, aanpasbaarheid en herbruikbaarheid te bereiken)
- Waarom hoeft maar aan één van de klassieke opvattingen voor open te worden voldaan? (Een instelling bepaalt uiteindelijk welke vormen van open geboden worden. Er kunnen overwegingen zijn om (bv. vanuit didactisch oogpunt) niet alle vormen toe te laten.)
- Criterium 3: “voor iedereen” of “voor iedere belangstellende, eventueel met een bovengrens aan aantal”? En is een selectieprocedure zoals in Leiden dan wordt toegepast dan niet te beperkend? (Net als bij het vorige punt: er kunnen overwegingen zijn om dergelijke beperkingen op te leggen. Essentie is dat belangstellenden van buiten worden toegelaten.)
Ik ben dus nog steeds zoekende en probeer ook steeds mijn opvatting aan te scherpen. Voor mij leiden dit type discussies in ieder geval tot meer inzicht in (on)mogelijkheden van openheid (in welke opvatting dan ook) voor het onderwijs. En dat is uiteindelijk waar het om moet gaan.
Wilfred (en andere belangstellenden): the floor is yours! En om reacties via twitter alvast te ontmoedigen: deze blog telt ruim 7000 karakters, het equivalent van meer dan 50 tweets.

In het kader van de internationale Open Education Week van 9 t/m 13 maart werd in Nederland op alle werkdagen een lunchlezing gehouden. Een verscheidenheid aan onderwerpen is daarbij de revue gepasseerd. Het primaat lag bij de instellingen voor hoger onderwijs, maar één lezing werd ingevuld door een niet-onderwijsinstelling (
Deze week verscheen de 2015-editie van het 
Deze week kwam de 12e editie van het rapport 




Hieruit blijkt dat in de loop van de afgelopen jaren steeds meer instellingen vraagtekens zetten bij de duurzaamheid van een MOOC als vorm van cursusaanbod. Ik ben mede daarom wel benieuwd naar de resultaten wanneer naar plannen voor hergebruik van een MOOC van derden zou worden gevraagd.
Op 30 januari was ik, samen met Ronald Slomp van het Ministerie van OCW, aanwezig bij een seminar OER support through policy – exchange and discussion of good practices, georganiseerd door 
Als start van 2015 attendeerde collega Eric Slaats me op een 
Wanneer er over vormen van open en online onderwijs wordt gepraat, worden veelal MOOC en Open Educational Resources (OER) als voorbeelden genoemd. Bij de onlangs afgesloten reeks strategische workshops die SURF samen met de SIG Open Education organiseerde, kregen we regelmatig de vraag of er meer vormen van open en online onderwijs (hergebruiken danwel zelf aanbieden) zijn.
Vorig jaar werd de Open Universiteit geconfronteerd met een reeks bezuinigingen, waardoor gedwongen ontslagen niet te vermijden waren. Deze ontslagen vielen onder andere bij wat toen nog LOOK heette, mijn thuisbasis bij de OUNL. LOOK was een expertisecentrum waarin onderzoek werd gedaan waar ik met mijn beta-onderzoeksachtergrond minder bij paste. Omdat ik echter voor bijna 100% van mijn tijd gedetacheerd was bij externe initiatieven (vnl. Wikiwijs en daarnaast EU-projecten) was dat niet zo’n probleem. Met het voorziene einde van Wikiwijs ultimo 2013 zou ik 2013 gebruiken om binnen de OUNL op zoek te gaan naar een andere plek. De bezuiniging doorkruiste dit echter. Einde 2013 werd ik daarom boventallig verklaard. Er kwam een afspraak dat er gezocht zou worden naar een andere plek binnen de OUNL.