OER Challenge

Als voorbereiding op de online meeting over de OER University waar ik in mijn vorige blogpost over schreef heb ik de OER challenge gedaan.
Deze challenge geeft je een idee over waar het bij een OER university om gaat:

  • Het stellen van eigen leerdoelen
  • Zoeken naar leermaterialen waarmee de leerdoelen (deels) kunnen worden behaald
  • Zoeken naar mogelijkheden om m.b.v. de leermaterialen te leren. Het kan zijn dat de materialen zodanig zijn dat de leerdoelen in zijn geheel door het bestuderen van de materialen gehaald kunnen worden, maar het kan ook zijn dat additionele activiteiten nodig zijn om de leerdoelen te behalen. Dat is afhankelijk van de leermaterialen en de leerdoelen.
  • Zoeken naar een instituut dat de leerinspanningen wil toetsen en certificeren
Paul Stacey omschreef de challenge als volgt:
The OER Challenge is a dare to all of you that tests out the ideas behind the OER University.
The OER challenge is a three step dare:
Step 1. Identify a set of learning objectives you personally want to achieve.

  • These can be formal or informal.
  • You can find and pursue learning objectives that are part of formal academic offering.
  • You can identify informal personal learning objectives that are an area of interest you’d like to know more about or skill you’d like to acquire.
  • Reply to this OER Challenge post with your objectives in point form.

Step 2. Find OER that help you meet those learning objectives.

  • Pair the OER you find with the learning objectives you identified in step 1.
  • Try and find OER that not only includes content relevant to your learning objectives but learning activities too.
  • Reply to your Step 1 OER challenge post with a follow-on posts or series of posts identifying OER related to your learning objectives.

Step 3. Identify who you’d like to have as your OER credentialing agent.

  • Who is qualified to assess you to ensure the learning has occurred?
  • Who would you like to see as the entity that publicly states that you have achieved those learning objectives?

Mijn challenge formuleerde ik rond mijn wens de snaartheorie ooit eens zodanig te begrijpen dat ik het aan anderen kan uitleggen. Hoe dat uitpakte heb ik hier beschreven. Mijn eerste ervaringen zijn dat het vinden van geschikt leermateriaal relatief eenvoudig was, maar dat ik er nog niet in ben geslaagd additionele diensten te vinden waar ik, al dan niet tegen betaling, online bijvoorbeeld van gedachten kan wisselen met experts (bijvoorbeeld door het stellen van vragen). Ik kan echter wel vast aan de slag met de materialen.

Ultiem open?

Dit jaar staat de OER-gemeenschap stil bij het feit dat 10 jaar geleden MIT besloot al haar leermaterialen onder een open licentie beschikbaar te stellen. Een initiatief dat wereldwijd door honderden instituten voor hoger onderwijs is gevolgd, zij het in veel gevallen in mindere mate dan het MIT.
De afgelopen 10 jaar hebben allerlei ontwikkelingen te zien gegeven, van tamelijk basale zaken als “hoe realiseer je publiceren van open materialen”, “welk systeem kun je ervoor gebruiken”, “hoe overtuig ik mijn bestuurders dat OER goed kan zijn voor onze instellingen”, naar vragen als “hoe kunnen we ervoor zorgen dat OER onze wijze van lesgeven verandert”.
Achter de schermen wordt al langer nagedacht over een idee waarbij informeel en non-formeel leren met gebruikmaking van OER uiteindelijk toch kan leiden tot een assessment en (indien afgelegd met voldoende resultaat) certificering van de geleverde inspanningen. We hebben er met ons OpenER-project mee geëxperimenteerd door bij een vijftal cursussen een examenmogelijkheid te bieden tegen betaling. Enkele tientallen bezoekers van OpenER hebben hier gebruik van gemaakt.
Op 23 februari wordt in Nieuw Zeeland een internationale meeting gehouden over dit thema van een OER University: “OER for Assessment and Credit for Students”. Deze meeting wordt georganiseerd door UNESCO en de OER Foundation en is ook virtueel te volgen. In deze meeting wordt het onderwerp in al haar details over het voetlicht gebracht.
Voor mij is dit de ultieme vorm van open. Uiteraard geeft dit voor universiteiten belangrijke vragen als “wat heeft dit voor gevolgen voor onze curricula”, maar ook vragen als “wat is het civiele effect van een Mastertitel die op een dergelijke wijze verkregen wordt”. Maar ik vind het een uiterst interssante ontwikkeling vanwege allerlei kansen die dit biedt, zoals de potentie om bij de universiteit die top is op een deelonderwerp in een curriculum het onderwerp via hun OER te bestuderen en de mogelijkheid dat gecertificeerd te krijgen (al dan niet bij diezelfde universiteit).
Meer informatie over dit initatief is hier te vinden (verwijzing opent in een nieuw venster).

Risico indicator voor OER

Eén van de problemen bij het publiceren van leermateriaal onder een open licentie is nagaan of je wel de rechten hebt om het betreffende materiaal te publiceren. Afbeeldingen in het materiaal,  tekstfragmenten, geluidsfragmenten zijn onderdelen die veelal afkomstig zijn van elders. De juiste weg is voor ieder van die bronnen na te gaan of en onder welke condities het mag worden hergebruikt. Een goede administratie vanaf de start van de creatie van het materiaal kan hierbij helpen.
De werkelijkheid is echter vaak complex in dezen. Soms bestaat het materiaal al jaren en is het oorspronkelijk helemaal niet ontwikkeld om open gepubliceerd te worden. Door diverse docenten is dan doorontwikkeld aan het materiaal en mogelijk is niet eens meer bekend wie de oorspronkelijke auteur is. Om dergelijk materiaal dan toch onder een open licentie te publiceren is het handig als je kunt achterhalen welk risico je potentieel loopt hierbij. Collega Ben Janssen wees me op het volgende.
In het OER IPR Support Project dat momenteel loopt in de UK (met o.a. JISC en Creative Commons UK als projectpartners) is een risk calculator ontwikkeld dat enig inzicht kan geven in het risico dat je loopt bij publicatie van bepaalde bronnen. Zoals ze zelf omschrijven:

The calculator provides an INDICATIVE risk level only but demonstrates that for example, the more open the end use licence you select to make these types of materials accessible and reusable, the greater the potential risk if you have not sought the appropriate permissions.

De calculator is één van de diagnostic tools die op hun site te vinden is. Verder bevat de site veel meer nuttige informatie voor rechtenkwesties die spelen rondom open content. Een aanrader!

Een open 2011

Ging mijn vorige post over een terugblikken (en toch ook wel een beetje vooruitblikkend), in deze eerste week van januari een vooruitblik naar activiteiten dit jaar.
Een belangrijke verandering ten opzichte van vorig jaar is de komst van de UNESCO leerstoel OER die door Fred Mulder wordt bekleed. Op de OU zal al het onderzoek naar OER aan die leerstoel worden gekoppeld. Mijn intentie is om daar een fors steentje aan bij te dragen, waarbij ik me initieel richt op de vraagstelling hoe productieprocessen voor OER zo efficiënt als mogelijk kunnen worden georganiseerd. Ik wil dat benaderen vanuit de lessen die ik in mijn Eindhovense tijd aan de TUE heb geleerd: de eigenschappen van diverse typen productieprocessen toepassen op (open) cursusproductie aan open universiteiten. Of dat een vruchtbare benadering is hoop ik dit jaar te leren, maar vooralsnog geloof ik er wel in.
Een tweede belangrijke activiteit is het mede op gang brengen van de door Surf geïnitieerde Special Interest Group OER, waarvan ik de voorzitter ben. Eind december hebben we de eerste kernteamvergadering gehad van die SIG. Ik ben momenteel bezig met het schrijven van een jaarplan 2011 daarvoor.
Mijn betrokkenheid bij Wikiwijs als projectleider Content zal dit jaar gecontinueerd worden. Wikiwijs gaat de tweede planfase in. Kwaliteit van de content, leerlijnen en volledige aansluiting van het HO zijn de belangrijkste speerpunten voor mijn werk daar dit jaar.
Ik hoop met deze activiteiten een steentje te kunnen bijdragen aan een bredere verspreiding van het OER-gedachtengoed aan onderwijsinstellingen in Nederland.

Wat werkt wel?

In 1991 promoveerde Gusti Eiben op een proefschrift over beslissings-ondersteunende systemen voor operationele planning.

Gusti was afkomstig uit Hongarije en kon daarom de volgende stelling bij zijn proefschrift formuleren:

Een Nederlands gezegde luidt: “kleren maken de man”. In het Hongaars wordt echter gezegd: “kleren maken de man niet”. Dit laatste zal bij velen minder in de smaak vallen; het roept namelijk de vraag op “wat maakt de man dan wel?”.

In deze tijd van het jaar ben ik gewoon terug te kijken naar wat er allemaal gebeurd is en ook vooruit te blikken naar wat ik het komende jaar wil bereiken. En ik realiseer me bij dit terugblikken dat ik het afgelopen jaar vaak aan deze stelling van Gusti heb moeten denken. Bij projecten waarin ik participeer (Wikiwijs, OERNed, NOH, ShareTec), maar ook in de privésfeer (orkest, atletiekclub) waar initiatieven door kritische volgers worden voorzien van labels als “dat werkt niet”, “dat gaat nooit lukken”, “zo moet je dat niet doen”. Ik betrapte me er meermalen op dat ik die labels ook wel eens op nieuwe initiatieven plakte. Waar mogelijk is dan steeds mijn wedervraag (aan de kritische volger of introspectief aan mezelf) “wat werkt dan wel?”, “Wat gaat dan wel lukken?”, “Hoe moet ik het dan wel doen?”. En één van mijn goede voornemens voor 2011 is deze wedervraagstelling voort te zetten omdat ik heb gemerkt dat kritische volgers hierdoor gedwongen worden na te denken over alternatieven en dat dit vaak hele verrijkende inzichten oplevert.
Ik weet niet hoeveel mensen mijn blog lezen, maar al die volgers wens ik fijne feestdagen en een inspirerend 2011. En probeer de stelling van Gusti Eiben ook eens uit, op anderen en op jezelf!
(Alle verwijzingen openen in een nieuw venster).

Verjaardag

Op dit moment van schrijven, 14 december 2010, is het precies één jaar geleden dat de proefversie van Wikiwijs is gelanceerd. In dit jaar is veel gebeurd, maar is ook nog duidelijker geworden dat er nog heel veel werk verzet moet worden.
We hebben het afgelopen jaar met veel partijen over de verdere ontwikkeling en hun rol daarin overleg gehad. Vanuit mijn project (Content) heb ik veel contact gehad met IPVO en SLO. Ook is de samenwerking met de Edurep-groep bij Kennisnet het afgelopen jaar steeds verder verbeterd. Over het Hoger Onderwijs zijn de contacten met Surf gelegd en uitgebouwd.
Maar zoals gezegd is er ook nog heel veel werk te doen. Voor mijn project gaat dat het komende jaar, naast het stimuleren content vindbaar te maken, vooral over de kwaliteit van de gevonden leermaterialen, de mogelijkheid voor meer vakken een structuur over de leermaterialen te kunnen leggen middels open leerlijnen en de volledige aansluiting met het Hoger Onderwijs. We zullen nog meer dan voorheen in samenwerking met Edurep het contact gaan zoeken met collectiehouders om op basis van klachten van gebruikers (voor wie heel binnenkort een klachtenmeldmogelijkheid wordt geboden op de site van Wikiwijs) een verbeterslag over de content te maken. Met SLO zullen de benodigde vocabulaires voor de leerlijnen worden ontwikkeld en we zullen de nieuwe metadatastandaard NL-LOM in Wikiwijs beschikbaar maken, zodat ook het Hoger Onderwijs hun materialen via Wikiwijs kan gaan delen. Veel afhankelijkheden van externe partijen, maar dat is het afgelopen jaar niet anders geweest. Ik vertrouw op een vruchtbaar tweede Wikiwijsjaar!

Open cursussen nu op OU-site

In 2006 was één van de keuzes die ik moest maken in het OpenER-project die voor het platform. Ik koos om diverse redenen toen voor eduCommons, een CMS specifiek voor het publiceren van open content. Tot op de dag van vandaag heeft dat platform probleemloos gefunctioneerd.
Begin dit jaar is besloten om de open cursussen te gaan verplaatsen naar de OU-website, zodat het geheel qua look-and-feel in lijn is met de rest van de content die op de OU gepubliceerd wordt. Marketingacties gebruikmakend van de open cursussen worden zo ook eenvoudiger.
Peter Szumski is druk bezig geweest alle content over te zetten. Er is nog wat content op de oude servers aanwezig maar één dezer dagen zal de link www.opener.ou.nl verwijzen naar de pagina http://www.ou.nl/eCache/DEF/2/19/943.html. Daar zijn ook de Spinozacurussen beschikbaar.
Voor mij betekent die overgang dan de definitieve afsluiting van OpenER wat betreft mijn inbreng, 2,5 jaar na de formele beëindiging van het project. Ik kijk terug op een ongelooflijk leuk project om te hebben mogen leiden en zal vanavond een glaasje drinken op dit einde en de mooie herinneringen.
(Zoals gebruikelijk openen de links in een nieuw venster)

OpenEd 2010 in Barcelona

Van 2 tot 4 november werd de jaarlijkse Opened conferentie gehouden. Voor het eerst in Europa, mede georganiseerd door de Open Universiteit. Dat verklaart ook de relatief grote delegatie die vanuit de OU deze conferentie bezocht.
Zelf mocht ik daar twee papers presenteren resp. over de aanpak van leerlijnen in Wikiwijs en over een studie naar efficiency van productieprocessen voor OER. De laatste was een samenwerking tussen Tina Wilson van de OU-UK, Willem van Valkenburg van de TU Delft en ondergetekende. Tevens werd een paper over business models voor OER gepresenteerd door Anne Helsdingen van de OU. Deze paper bevat de eerste resultaten van een studie waaraan ook de beide co-auteurs Ben Janssen en ondergetekende werken.
Waar in voorgaande edities sustainability prominent op de agenda stond, was dit item nog wel vertegenwoordigd, maar werd het qua aandacht overvleugeld door aandacht voor policy. Er zijn nu voldoende goede voorbeelden van projecten die de innoverende kracht van OER op educatie duidelijk maken, zodat naar beleidsmakers en politici een beter onderbouwd betoog kan worden gehouden. Mede hierdoor was er veel belangstelling voor het Wikiwijsprogramma, omdat dit een door de overheid geïnitieerde, landelijke aanpak voor OER beoogt. Hal Plotkin, senior adviseur voor de Obama regering, complimenteerde ons met dit initiatief, dat nauwlettend gevolgd wordt door hen.
De presentaties heb ik geupload op Slideshare. Hieronder staan de links naar de presentaties. Zodra de papers online beschikbaar zijn zullen de links naar de papers worden toegevoegd.

 

Kwaliteit van OER, een praktijkbenadering

Volgend jaar is het 10 jaar geleden dat het MIT in Boston het besluit nam al hun content vrij beschikbaar te stellen voor eenieder. Dat was de start van de wereldwijde OER-beweging. In deze 10 jaar is veel bereikt, maar er liggen nog grote uitdagingen in het verschiet.
Eén van die uitdagingen is meer handen en voeten te geven aan “kwaliteit van open leermiddelen”. Instituten die open leermiddelen beschikbaar stellen hebben allerlei aanpakken om ervoor te zorgen dat de kwaliteit aan zekere door het instituut vastgestelde eisen voldoet. Maar dat hoeft niet automatisch te betekenen dat de kwaliteit door iedere gebruiker ook als zodanig ervaren wordt. De lokale context waarin het leermiddel wordt gebruikt bijvoorbeeld heeft veel invloed op de waardering van de hergebruiker voor het materiaal (ik heb weinig aan hoge kwaliteit leermiddelen in het Japans, want ik beheers die taal niet). Tevens is het vaak lastig vast te stellen of een gevonden leermiddel daadwerkelijk voldoet aan de gestelde kwaliteitseisen (zoals fitness for use).
Eerder dit jaar is een initiatief gestart door o.m. UNESCO om hier wat aan te doen. Dit initiatief OPAL (Open Educational Quality Initiative (ja, zo kan ik ook goed klinkende afko’s maken ;-))) wordt in hun factsheet omschreven als

OPAL is a new quality initiative which helps educational professionals, organisational leaders, learners and policy makers to make use of open educational resources (OER) in the best possible way. OPAL provides quality guidelines and self-assessment tools which show how existing educational practices in higher education and adult education can be made increasingly open in order to better integrate OER and improve the quality of learning experiences.

Binnen dit initiatief spelen Open Educational Practices (OEP) een grote rol. OEP worden in hun brochure omschreven als:

Open educational practices (OEP) are defined as the use of OER to raise the quality of education and training, and innovate educational practices on an institutional, professional and individual level.

Het vraagstuk hierbij is hoe we erin kunnen slagen dat OER niet slechts het reproduceren van dezelfde leermiddelen en onderwijsfilosofie inhoudt die ook voor meer gesloten en traditionele leermiddelen worden gebruikt. De gedachte erachter is dat (her)gebruik van OER een middel kan zijn om innovatie te versterken en uiteindelijk kwaliteit van onderwijs te verbeteren. De vraag is HOE dat te bereiken.
Ik ga de ontwikkelingen in dit initiatief nauwgezet volgen. Hoewel het zich richt op Hoger onderwijs en volwasseneneducatie ben ik erg benieuwd in hoeverre de ideeën erin zich ook laten vertalen naar de andere onderwijssectoren. Meer informatie over het initiatief kan gevonden worden op hun website. (Alle verwijzingen in deze post openen in een nieuw venster)

OER Remix game revisited

ccgameBegin vorig jaar schreef ik over een door David Wiley ontwikkelde game waarin letterlijk spelenderwijs geleerd kan worden over de problemen die kunnen optreden wanneer content waaraan verschillende open licenties zijn gekoppeld wordt gemixed. Toendertijd was er alleen nog een variant beschikbaar waarbij pdf-bestanden moesten worden gedownload met afbeeldingen van speelkaarten. Inmiddels is er een elektronische variant van het spel beschikbaar.
Het doel van het spel wordt door David Wiley omschreven als “…helping public school teachers learn how to find, create, localize, and reuse open educational resources”.
Martijn Arnoldus van Kennisland merkt bij het spel wel op dat het helaas al wat verouderd is. In het spel wordt ervan uitgegaan dat de Creative Commons licentie CC-BY-SA en de GNU Free Documentation License (GDFL) niet compatible zijn. Inmiddels zijn ze dat wel. Ondanks deze veroudering blijf ik het een waardevol spel vinden om inzicht te krijgen in licentieproblematieken.
(Alle verwijzingen in deze post openen in een nieuw venster)