UNESCO Recommendation on OER

Deze blogpost is ook beschikbaar in Engels.

Eind november heeft de General Conference van UNESCO de Recommendation on OER aangenomen. Dit was het resultaat van meer dan vijf jaar werk, startend vanuit de Paris OER Declaration uit 2012, met als tussenstation het 2nd World Congress on OER in 2017 in Ljubljana waar een Action Plan on OER werd aangenomen (zie de blog die ik daar toen over schreef). Mitja Jermol (UNESCO Chair in Slovenië en nauw betrokken bij de totstandkoming van de Recommendation) lichtte tijdens de OEGlobal Conference in Milaan een tipje van de sluier op over hoe een dergelijk proces eruit ziet (video).

Wat is een UNESCO Recommendation?

Op de website van UNESCO is te vinden welke instrumenten UNESCO onderscheidt. Hoewel op die website te vinden is dat het ene instrument niet superieur is t.o.v. een andere, zijn er wel essentiële verschillen tussen met name (de impact van) een Declaration en een Recommendation (nadruk aangebracht door mij):

  • “Recommendations are intended to influence the development of national laws and practices.”
  • “(A declaration) set forth universal principles to which the community of States wished to attribute the greatest possible authority and to afford the broadest possible support.”

Een land dat de OER Recommendation heeft ondertekend heeft zich daarmee ook verplicht om periodiek vorderingen te melden die het heeft gemaakt op de implementatie van de Recommendation:

(The General Conference) decides that the periodicity of the reports of Member States on the measures taken by them to implement the Recommendation concerning Open Educational Resources (OER) will be every four years;

Een dergelijke verplichting ontbrak bij de Paris OER Declaration, hetgeen dat instrument wat meer vrijblijvendheid gaf aan de lidstaten wat betreft het navolgen ervan.

Uit het overzicht van Recommendations van UNESCO (bijgewerkt tot en met de vorige General Conference uit 2017) valt te halen dat de Recommendation on OER de 35e is sinds de oprichting van UNESCO (de eerste is uit 1956) en de 9e die over Education gaat (de eerste is uit 1960). Dit illustreert het belang dat UNESCO hecht aan grootschalige adoptie van OER, met name als één van de middelen om Sustainable Development Goal 4 (ensure inclusive and equitable quality education and promote lifelong learning opportunities for all) te realiseren. De Recommendation is bedoeld voor alle onderwijssectoren, niet alleen hoger onderwijs.

De tekst van de Recommendation die momenteel beschikbaar is is een Draft versie van 8 oktober. Deze tekst is unaniem aangenomen op de General Conference. De finale tekst wijkt daarom (bij mijn weten) niet af van deze Draft en zal eerdaags wel beschikbaar komen via de website van UNESCO.

Wat is de inhoud van de Recommendation?

De Recommendation heeft de volgende doelen:

  • Realiseren van duurzame investeringen en educatieve maatregelen door overheden en andere belangrijke stakeholders in onderwijs voor creatie, curatie, periodieke aanpassingen, verzekeren van inclusieve toegang tot en effectief gebruik van hoge kwaliteit onderwijs- en onderzoeksmaterialen en studieprogramma’s.

  • Door gebruik van open licenties voor leermaterialen realiseren van mogelijkheden om meer kosten-effectief creatie van, toegang tot, curatie , hergebruik, aanpassing, verspreiding van en kwaliteitsborging van deze leermaterialen te realiseren.

  • Door verstandig gebruik van OER, in combinatie met passende didactische en pedagogische methoden, goed ontworpen leerobjecten en diversiteit van leeractiviteiten, realiseren van een brede waaier van innovatieve pedagogische en didactische opties om zowel docenten als lerenden actiever te betrekken bij de onderwijsactiviteiten, en makers van content te worden in een diverse en inclusieve kennismaatschappij.

  • Realiseren van regionale en mondiale samenwerking en belangenbehartiging bij creatie van, toegang tot, curatie , hergebruik, aanpassing, verspreiding van, kwaliteitsborging en evalueren van OER, waardoor overheden en onderwijsaanbieders in staat zijn de kwaliteit van de open access content te beoordelen en hun eigen investeringen in het creëren van onderwijs- en onderzoekscontent, alsmede ICT-infrastructuur en curatie te optimaliseren op een manier die hen in staat stelt op een meer kosteneffectieve en duurzame wijze te voldoen aan de door hen vastgestelde nationale prioriteiten voor het onderwijsbeleid.

Deze doelen adresseren ook de vraag: waarom zou gestreefd moeten worden tot grotere adoptie van OER? Hoe dragen OER bij aan realiseren van SDG 4? De meerwaarde van OER is niet alleen het toegankelijker maken van onderwijs door verlagen van financiële drempels en rekening houden met mensen met een beperking, maar toepassing van OER in onderwijs- en leersituaties leidt ook tot een rijkere leeromgeving door de grotere beschikbaarheid van leermaterialen waarop een gebruiker de 5R rechten kan uitoefenen. Daarnaast benadrukken deze doelen het belang van samenwerking tussen stakeholders.

Om deze doelen te bereiken zijn vijf actielijnen gedefinieerd:

  1. Capacity building: ervoor zorgdragen dat voldoende kennis over en middelen voor adoptie van maken, delen, hergebruiken en verspreiding van OER en gebruik van open licenties beschikbaar is.
  2. Ontwikkelen van ondersteunend beleid: stimuleren van overheden, gezaghebbende instanties voor onderwijs (bijvoorbeeld in Nederland VSNU, VH, SURF en Kennisnet) en onderwijsinstellingen voor adoptie van kaders voor regelgeving ter ondersteuning van onder een open licentie beschikbaar stellen van door de overheid gefinancierd onderwijs- en onderzoeksmateriaal, ontwikkeling van strategieën om het gebruik en aanpassing van OER mogelijk te maken om daarmee hoogwaardig, inclusief onderwijs en leven lang leren voor iedereen te realiseren, ondersteund door relevant onderzoek op dit gebied.
  3. Zorgen voor effectief, inclusief en voor iedereen gelijke toegang tot kwalitatief hoogwaardige OER: ondersteunen van adoptie van strategieën en programma’s, onder meer door middel van relevante technologie, die ervoor zorgen dat OER op elk medium in open formaten en standaarden worden gedeeld om een zo groot mogelijke voor iedereen gelijke toegang, co-creatie, curatie en doorzoekbaarheid te waarborgen, ook voor kwetsbare groepen en personen met een handicap.
  4. Bevorderen van het creëren van modellen voor duurzame beschikbaarheid van OER: ondersteunen en stimuleren van het creëren van modellen voor duurzame beschikbaarheid van OER op nationaal, regionaal en institutioneel niveau, en het plannen en testen van nieuwe duurzame vormen van onderwijs en leren.
  5. Bevordering en facilitering van internationale samenwerking: ondersteuning van internationale samenwerking tussen belanghebbenden om onnodige doublures bij investeringen in OER-ontwikkeling tot een minimum te beperken.

Tevens bevat de Recommendation uitspraken over monitoring van activiteiten die door overheden worden ondernomen om invulling aan de actielijnen te geven: meten van effectiviteit en efficiëntie van OER-beleid, verzamelen en verspreiden van good practices, innovaties en onderzoeksrapporten over toepassing van OER en de gevolgen daarvan, en ontwikkelen van strategieën voor toezicht op de effectiviteit van OER in het onderwijs en de financiële efficiëntie van OER op de lange termijn. Zoals eerder al vermeld zijn overheden gehouden aan het periodiek rapporteren van de resultaten van deze monitoring activiteiten.

Wat betekent dit voor het Nederlandse onderwijs?

Op het eerste gezicht lijkt de Recommendation vooral tot activiteiten voor de overheid te leiden. Ik denk echter dat ook (en misschien wel vooral) van onderaf invulling gegeven moet worden aan dit document. Stakeholders als VSNU, VH, SURF en Kennisnet en individuele onderwijsinstellingen in alle sectoren kunnen daarbij denken aan:

  • Ontwikkelen van een visie op adoptie van OER in hun context. Deze visie moet niet alleen uitspraken doen over open delen van leermaterialen, maar ook over hergebruik ervan. Een dergelijke visie kan ook niet los worden gezien van een bredere visie op onderwijs, waardoor de rol die OER kan spelen daarin ook duidelijk wordt.
  • Vertalen van de visie in een beleid op adoptie van OER. Uit een onderzoek (publicatie en rapport) dat Ben Janssen en ik in het hoger onderwijs hebben uitgevoerd kwam naar boven dat aandachtspunten daarbij zijn: zorgen voor grotere awareness onder docenten, borgen van voldoende beschikbare tijd, veilige experimenteerruimte, voldoende kennis over OER, ondersteuning (op gebied van auteursrecht, onderwijskundig en ICT).
  • Bevorder de samenwerking met andere instellingen. Dat hoeft niet per se internationaal (zoals in de laatste actielijn staat beschreven). Niet alleen kan samenwerking uiteindelijk leiden tot efficiëntere processen bij creatie en hergebruik van OER, maar door dit gezamenlijk met meerdere instellingen op te pakken wordt het een middel om ook bij elkaar in de keuken te kijken, wat tenminste zo waardevol kan zijn.
  • Stimuleer initiatieven die er nu al van onderaf worden ondernomen, bijvoorbeeld door te zorgen voor tijd en ondersteuning. Dat kan parallel aan de meer beleidsachtige activiteiten die hierboven staan genoemd.
  • Faciliteer onderzoek naar hoe OER initiatieven uiteindelijk duurzaam (lees: onafhankelijk van initiële projectsubsidies) kunnen worden gemaakt binnen een instelling.

Beschikbaarheid van leermaterialen, open danwel gesloten, is in de Nederlandse context minder een issue dan bijvoorbeeld in grote delen van de Global South. Aandacht voor aanpassing van die leermaterialen voor bijvoorbeeld mensen met een beperking lijkt er echter minder te zijn. Zo leert een willekeurige zoekactie in de database van Wikiwijs mij dat de meeste materialen die ik daar vind geen faciliteiten biedt om slechtzienden te ondersteunen. Adoptie van OER door docenten zal echter vooral gestimuleerd worden als de rol die het kan hebben bij het realiseren van zijn of haar visie op onderwijs duidelijk is. De “what’s in it for me”-vraag wordt daarmee dan geadresseerd. Het al eerder genoemde onderzoek van Ben Janssen en mij bracht naar voren dat die vraag beantwoord moet zijn voor docenten.

Er zijn al veel hulpmiddelen (toolkits, stappenplannen) beschikbaar om dit te ondersteunen. Op nationaal niveau heeft SURF instrumenten ontwikkeld waarmee aan de slag kan worden gegaan en is Kennisnet bezig met iets soortgelijks. UNESCO en de Commonwealth of Learning hebben onlangs een rapport Guidelines on the Development of Open Educational Resources Policies gepubliceerd dat concrete tools bevat om een beleid op OER te formuleren (zie een eerdere blogpost). Internationaal is er een coalitie gevormd waarin o.a. Creative Commons en de Open Education Global participeren. Deze coalitie streeft naar leveren van artefacten en services om partijen te ondersteunen bij het implementeren van de Recommendation.

Posted in Open Educational Resources and tagged , .

Leave a Reply

Your email address will not be published.

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.