MOOC en het einde van de universiteit (of toch niet?)

Dit weekeinde verschenen er twee publicaties over de opkomst van de MOOC en wat dit uiteindelijk voor de huidige universiteit kan betekenen. In het artikel The end of the university? Not likely betoogt Eric Beerkens, senior advisor for international affairs aan de Universiteit Leiden, dat de universiteit van nu er over 25 jaar nog steeds is. Daar tegenover is het artikel MOOCs and the Gartner Hype Cycle: A very slow tsunami van Jonathan Tapson, Acting Dean of the School of Computing, Engineering and Mathematics aan de University of Western Sydney. Hierin betoogt hij dat de voorspelde “tsunami” waarbij er slechts een paar topuniversiteiten zullen overblijven door de opkomst en verdere ontwikkeling van MOOC’s misschien langzamer komt dan eerder voorspeld, maar dat het over 10 tot 20 jaar wel een feit zal zijn. Juist omdat in beide artikelen een volledig tegengesteld resultaat wordt voorspeld is het leerzaam de argumenten te bekijken die door de auteurs worden gebruikt in hun betoog. In de onderstaande tabel staat naast elkaar de opbouw van het betoog van beiden. Leesaanwijzing: invullingen van twee naast elkaar staande cellen hebben geen verband met elkaar; de keuze het in tabelvorm te presenteren is alleen genomen om in beide kolommen een betooglijn te kunnen weergeven.

Universiteit verdwijnt niet Universiteit verdwijnt wel
Belangrijkste drivers voor verandering:
– wereldwijde massificatie van hoger onderwijs (het John Daniels argument)
– toenemend gebruik van ICT in onderwijs en levering ervan
– voortdurende globalisering van hoger onderwijs
Gartners hypecycle: gaan MOOC’s die volledig doormaken? En waar staan we nu dan?
De combinatie van deze drivers zouden het einde van “de universiteit” betekenen Waarom zouden traditionele universiteiten niet eenzelfde disruptie meemaken als de muziekindustrie, de reiswereld en de boekhandel?
Echter: er bestaat niet één model van “de universiteit”, maar een grote variëteit (juist door de massificatie van het hoger onderwijs). Er is niet één land in de wereld waarin het traditionele model van een universiteit nog representatief is voor het gehele systeem voor hoger onderwijs in dat land. De non-believers gebruiken twee argumenten:
– Er is geen hoge kwaliteit student-docent en student-student interactie mogelijk via alleen online.
– De uitval bij MOOC’s is erg groot
Zelfs het traditionele model van een universiteit zal overleven (whatever dat model ook is). De traditionele universiteit is een van de meest solide systemen ter wereld. Beide argumenten zijn gebrekkig. De meeste universiteiten bieden nu ook geen student-docent interactie. De Socratische dialoog wordt ook nu nauwelijks gevoerd. En de huidige generatie interacteert liever online dan face2face.
Want: zowel onderzoek als onderwijs is in voortdurende ontwikkeling door veranderingen in de economie en de maatschappij. Misschien langzamer dan gewenst, maar het gebeurt. Het uitvalargument: een klein percentage van een grote massa is nog steeds een grote massa. En vanwege de zero costs voor een student, gekoppeld aan het gemak van een vrijheid in tijd en plaats bij een MOOC is het niet zinvol alleen op slagingspercentages te beoordelen.
Maar in de kern verandert het model niet veel. Ergo: vanwege het gemak en de lage kosten is het niet de vraag òf, maar wanneer de disruptie zal optreden.
Die kern is: organisatie rond vakgebieden, accountability door peer review, vergelijkbare loopbaan- en promotiesystemen, verbinding tussen onderwijs en onderzoek, academische staf verantwoordelijk voor zowel onderzoek als onderwijs, op bachelor en master niveau, de nadruk op face2face onderwijs. Dit bestaat al tientallen, zo niet honderden jaren. Het is naief te denken dat een financiële crisis of een nieuw type toelevering zoals MOOC’s een dergelijk solide systeem en bijbehorende waarden fundamenteel zal veranderen. Om dit te voorspellen wordt een analyse gedaan naar waar MOOC´s nu zitten op de Gartner hype cycle. De MOOC-beweging zou nu het trough of disillusionment ingaan.
Christensen en Eyring noemen die vaste kern het DNA van de universiteit. Starten met een opleiding en de keuze om die online te doen is echter geen impulsbesluit, zoals het kopen van een boek of CD wel is.
Dit DNA verandert niet zo eenvoudig In de US is streven naar een plek op een prestigieuze universiteit belangrijk voor een latere maatschappelijke positie.
Institutionele procedures bepalen wat er gebeurt (geschreven in de genetische code) Vergelijking met Windows en Linux. Windows wordt door de massa verkozen vanwege het comfort van ondersteuning, hoewel de prijs hoger is dan Linux. Linux is leidend in de serverwereld. En nu zie je Android (ook een open source operating system) op steeds meer mobiele devices komen. Uiteindelijk wordt de massamarkt gedomineerd door de goedkoopste optie. En dat gaat uiteindelijk ook gelden voor MOOC’s.
ICT ontwikkelingen zullen over 25 jaar alternatieven laten zien, gericht op specifieke doelgroepen. Traditionele universiteiten zullen die ontwikkelingen ook toepassen in hun systemen. Een schoolverlater van nu heeft nog geen keuze. En ook in de komende jaren zullen jongeren die het kunnen betalen opteren voor Harvard.
Maar dit zal de universiteiten zoals we die nu kennen niet overbodig maken, omdat de kern veel meer is dan slechts productie en transfer van kennis. Studenten komen ook voor de academische ervaring en de graad die hen uiteindelijk een baan oplevert en een zekere status De eerste MOOC-adopters zullen de jongeren en hun ouders zijn voor wie “gratis” een overtuigend argument is. Dit is 99% van de mensheid.
Dat wil niet zeggen dat er geen veranderingen zouden moeten optreden. Maar juist vanwege de DNA van een universiteit is er zelden een revolutie van het type dat zo vaak is voorspeld Uiteindelijk (in 10 tot 20 jaar) zal het besef er zijn dat “gratis” niet synoniem is met “junk”
25 jaar terugkijken en zien wat er veranderd is geeft je ook een idee van de veranderingen voor de komende 25 jaar. En dan zie je opmerkelijk weinig veranderingen in het DNA. En dat zal de komende 25 jaar niet anders zijn. Harvard en Cambridge zullen dan gespaard worden om dezelfde reden waarom er nu mensen ook Rolls Royces kopen.
De middenmaat kan nog 10 jaar vooruit met business as usual. Omdat de meesten in de boards over 10 jaar met pensioen gaan zullen ze het probleem niet serieus nemen.

Wanneer ik beide betogen vergelijk valt me op dat beiden ervaringen uit het verleden gebruiken met een bijbehorende theorie (resp. de DNA-theorie en de Gartner hype-cycle) om die ervaringen te extrapoleren naar de toekomst. Het grote verschil voor mij is echter dat Beerkens (de linkerkolom) daarbij ervaringen uit hetzelfde gebied (nl. de universiteit) gebruikt, waar Tapson ervaringen uit andere gebieden gebruikt (zoals de muziekindustrie of de operating systemen). Dat geeft Tapson de extra “plicht” om te betogen dat die ervaringen ook zo maar op het onderwijs kunnen worden toegepast. En dat betoog is er niet.
De toekomst voorspellen is geen exacte wetenschap. En wellicht worden in beide  beschouwingen veel te weinig elementen meegenomen. Beiden gebruiken een theorie waarvan het maar de vraag is hoe valide die is. Maar omdat Beerkens de argumentatie vanuit het verleden opbouwt vanuit de universiteitcontext en niet vanuit een ander gebied zou ik mijn geld op zijn voorspelling zetten.

Posted in Open Educational Resources and tagged , .

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.